28-12-10

Richard Henry Dana, Jr., Two Years Before the Mast

In 1834 vertrok de negentienjarige Richard Dana als gewone matroos op de brik Pilgrim van Boston voor een reis naar Californië. Californië was toen nog een onderdeel van Mexico en zeer dun bevolkt. Dana ondernam de reis “before the mast”, dit wil zeggen in het vooronder bij de andere matrozen, als remedie voor zijn verslechtert zicht, een gevolg van de mazelen, opgelopen tijdens zijn studie aan de universiteit van Harvard.

Het boek beschrijft de reis van Dana via de punt van Zuid Amerika, Kaap Hoorn, zijn belevenissen tijdens de kustvaart voor Californië en zijn terugkeer in een ander schip naar Boston. Dana bezoekt plaatsen die ons nu heel bekend in de oren klinken – San Diego, Santa Barbara, San Francisco, Monterey – maar die toen bestonden uit enkele huizen en een reeks hutten. Ook het landschap is niet opmerkelijk, maar eerder eentonig en weinig groen, en de havens zijn meestal de mondingen van stromen of baaien.  Wat het meeste boeit in het boek is de beschrijving van het dagelijks leven van de matrozen. Je leert dat matrozen op zichzelf aangewezen waren, ook als ze ziek werden. De kapitein verwaardigt zich niet om te komen te kijken hoe het gaat met een zieke matroos, de kok mag geen aangepast voedsel klaarmaken en de medicijnkist is zo goed als leeg. Ook afranselingen kwamen nog voor in 1834. Voeg daarbij de kou en de voortdurende vochtigheid, in een vooronder dat permanent afgesloten wordt om het zeewater buiten te houden, de voortdurende afwisseling van vier uur wacht lopen en vier uur slapen tijdens de nacht, matrozen die het want worden ingejaagd om zeilen te reven terwijl de touwen en masten bevroren zijn, dan is het een klein wonder dat Dana het er levend van af bracht. Dana heeft zich goed geïntegreerd in de kleine gemeenschap in het vooronder, en is zich scherp bewust van zijn uitzonderlijke positie, en het gevaar voor uitsluiting die dit meebrengt. Ook slaagt hij erin om goede relaties op te bouwen met de Kanaken, inwoners van Hawaï die in Californië werken. Van de kapiteins en de officieren daarentegen heeft hij geen hoge pet op.

In de Verenigde Staten is dit boek een klassieker, ook omwille van de beschrijving van Californië, vóór het een onderdeel werd van de V.S. in 1846. Toch vind ik het boek te lang: het relaas van het veelvuldig op en neer reizen voor de Californische kust op zoek naar runderhuiden wordt snel vervelend. Maar wie houdt van zeilschepen en het leven op zee, die moet dit boek beslist lezen. Het boek speelt nog geen twintig jaar na de val van Napoleon. In die tussentijd was er nauwelijks iets veranderd in de zeilscheepvaart. Het verhaal sluit dan ook goed aan bij de boeken van Patrick O’Brian over Aubrey en Maturin, en geeft een goed beeld van de handelszeevaart.

Richard Henry Dana, Jr., Two Years Before the Mast. e-tekst afgeladen van www.gutenberg.org

17:18 Gepost door Marko Ramius | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-03-08

Nieuws.


The Telegraph heeft een lijst van 50 crime writers to read before you die. Op enkele uitzonderingen na zijn het allemaal Angelsaksische auteurs.

The Guardian bespreekt North and South van Elizabeth Gaskell, "an industrial rewriting of Pride and Prejudice".

Voor wie uitgekeken is op gewone boekenkasten: 30 creatieve boekenrekken.

13:01 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-03-08

Vladimir Nabokov, Pnin.

nabokov_pninTimofej Pnin is het archetype van de Russische intellectuele emigrant, die via Parijs en Berlijn, in de Verenigde Staten terecht gekomen is en er verloren loopt in het academische leven van een kleine universiteit. Nabokov voerde Pnin op in een aantal verhalen, die eerst in The New Yorker verschenen en pas later als een roman op de markt kwamen. In het eerste hoofdstuk is Pnin op weg naar een lezing. Nabokov beschrijft hem zo: "Hij was op een ideale manier kaal, door de zon gebruind en gladgeschoren, dus hij begon tamelijk indrukwekkend, met die grote bruine kop, een bril met schildpadmontuur (die een infantiele afwezigheid van wenkbrauwen maskeerde), een aapachtige bovenlip, een dikke nek en een krachtpatserstorso in een vrij krap tweedjasje, maar hij eindigde nogal teleurstellend, met een paar spillebenen (nu in flanel gestoken en over elkaar geslagen) en voeten die er fragiel, bijna vrouwelijk uitzagen". Pnin heeft een tabel met treinen gekregen van de organisator, maar heeft zelf een alternatief bedacht. Daardoor zit hij nu in de verkeerde trein, zonder dat hij het zelf beseft. En zo maken we kennis met Pnin, met zijn gescheiden echtgenote, zijn zoon die zijn zoon niet is, zijn collega's en zijn studenten van Waindell College. Pnin geeft er een weinig bijgewoond college. Zijn onvolmaakte kennis van het Engels en zijn neiging tot uitwijden dragen bij tot het ontstaan van allerlei komische en melancholische situaties. Hoewel iedereen hem als een fatsoenlijk mens beschouwt, is hij toch ook het kneusje van de campus, en de eerste die zal moeten gaan als er bespaard moet worden.

Pnin is beschreven als één van de vroegste campusromans, maar ook als emigratieliteratuur, een professorenroman, een karakterstudie, een bundel kortverhalen, een verzameling schetsen en een semi-autobiografisch verhaal. Pnin is dat allemaal, maar is in de eerste plaats een echte Nabokov, dus een boek waarin een erudiete auteur, in een superieure taal, spelletjes speelt met de lezer. Pnin is een boek waarin Nabokov vertelt over zijn eigen ervaring met Amerika. Niets kon verder verwijderd zijn van een man die in Russische aristocratische kringen geboren werd, dan een kleine Amerikaanse universiteit. Pnin mag dan al geen vaste aanstelling hebben, en voortdurend op voet van oorlog leven met de Engelse taal, eigenlijk is hij best wel sympathiek. Hij valt dan ook in positieve zin op in vergelijking met zijn Amerikaanse collega's. En zo wordt Pnin een kritiek op en een satire over het Amerikaanse (universiteits)leven. In Pnin goochelt Nabovok met personages (ik heb ze niet geteld, maar het zouden er meer dan driehonderd zijn), met het tijdsperspectief, met de structuur van het verhaal, met metaforen en met de taal. Wie anders dan Nabokov kan een beschouwing over de uitspraak van het Engels door een Rus leesbaar houden, zijn verhaal doorspekken met Russische woorden en zelfs complete gedichten en toch de lezer blijven boeien?

Vladimir Nabokov, Pnin. Oorspronkelijke titel: Pnin. De Bezige Bij, Amsterdam, 1993. 177 blz.

20:10 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-03-08

Peter Tremayne, Absolutie voor moord.

tremayne_absolutiemoordIn de zevende eeuw was Ierland een vooruitstrevend land. Er bestond een stevig systeem van wetten, de Wetten van de Brehons, die ondermeer de positie van de vrouw garandeerden. De vrouwen hadden er meer rechten en bescherming dan waar ook in de Westerse wereld. Ze konden studeren, gelijk welk beroep uitoefenen en een politiek ambt bekleden. In het midden van die zevende eeuw (in 664 om precies te zijn) riep koning Oswy van Northumbrië een synode bijeen in het kustplaatsje Whitby. Northumbrië was van twee kanten bekeerd tot het christendom. Enerzijds door Ieren (het Keltische christendom, ook wel de kerk van Collumba genoemd) en anderzijds door missionarissen gezonden door paus Gregorius de Grote die opereerden vanuit Kent. Tussen beide groepen waren er meningsverschillen over de berekening van de datum van Pasen, over de tonsuur, over het celibaat en gemengde kloosters, en over de taal van de eredienst. Zelfs de koninklijke familie was verdeeld: Oswy volgde de Keltische traditie, koningin Eanflaed en hun zoon Ahlfrith de Roomse. De synode van Whitby moest hiervoor een oplossing brengen. Tot zover het historische kader van Absolutie voor moord.

De rechtsgeleerde zuster Fidelma maakt deel uit van de Ierse delegatie. Fidelma mag dan een jonge vrouw zijn, zij bekleedt toch al de op één na hoogste rang in het Ierse rechtssysteem, die van dálaigh. Ze zal in Whitby abdis Etain van Kildare bijstaan, die zal optreden als de belangrijkste verdedigster van de kerk van Collumba. Maar nog voor de synode kan starten wordt de abdis vermoord in haar cel teruggevonden. Veel meer is er niet nodig om het tot een openlijk conflict tussen de Ieren en de Roomsen te laten komen, iets wat koning Oswy absoluut wil vermijden. Daarom vraagt hij zuster Fidelma een onderzoek in te stellen en de dader zo snel mogelijk te vinden. Maar om alle schijn van partijdigheid te vermijden, wijst de koning ook een onderzoeker aan van de Roomse kant: broeder Eadulf. De samenwerking tussen Fidelma en Eadulf verloopt explosief. Fidelma, van nature al een temperamentvolle vrouw, is immers gewoon om met veel respect behandeld te worden en aarzelt niet haar afkeur voor de Saksische maatschappij te laten blijken. Dat is even wennen voor de Saksische monnik. Maar veel tijd voor persoonlijke conflicten is er niet, wanneer ook de leider van de Roomse fractie, aartsbisschop Deusdedit van Canterbury, overlijdt.

Dit is een interessant boek omdat het een vergeten Ierland tot leven brengt. De Ierse maatschappij was in de zevende eeuw in volle bloei, terwijl er in Engeland veel conflicten en instabiliteit heersten. De tegenstellingen tussen Ieren en Saksen, tussen Fidelma en Eadulf, zijn dan ook groot, en dat is één van de aantrekkelijke aspecten van dit boek. Het zwakke punt is echter het misdaadverhaal. Er gebeuren wel verschillende moorden, er is tijdsdruk, onze heldin komt in gevaar, maar het blijft allemaal een beetje een cliché. Veel vaart en spanning zitten er niet in, en het niveau van het boek komt dan ook niet boven de middelmaat. Het doet me sterk denken aan de verhalen van Cadfael. Ook wordt er te veel uitgelegd in het verhaal zelf; dat was beter in de inleiding gebeurd. Al bij al denk ik vond ik dit boek te zwak om ook de andere boeken over zuster Fidelma te willen lezen. Wie trouwens meer wil weten over deze reeks kan terecht op de website van The International Sister Fidelma Society.

Peter Tremayne, Absolutie voor moord. Oorspronkelijke titel: Absolution by Murder. De Leeskamer, Zelhem, 2003. 255 blz.

13:04 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-02-08

Stéphane Audeguy, De wolkenbibliotheek.

audeguy_wolkenbibliotheekParijs, een zondag in juni 2005. Virginie Latour is net door de bekende Japanse couturier Akira Kumo aangeworven om zijn bibliotheek te ordenen. Die bibliotheek heeft slechts één onderwerp: alles wat verband houdt met wolken. Omdat Virginie niets weet over wolken, begint Kumo te vertellen. Eerst over de quaker Luke Howard, die als eerste een klassificatie van wolken opstelde. Dan over de schilder Carmichael, die wolken tot zijn enige onderwerp maakte. En tenslotte over de excentrieke Britse edelman Richard Abercrombie, die de wereld rondreisde om te onderzoeken of wolken overal hetzelfde zijn, en ze fotografisch vast te leggen. In de verzameling van Kumo ontbreekt maar één stuk en dat is het zogenaamde Abercrombie-protocol, de door Abercrombie aangekondigde klassificatie-met-foto's. Eén van de taken van Virginie zal zijn om dat protocol te bemachtingen voor Kumo, of om tenminste te achterhalen wat er in staat. Terwijl Virginie in London verblijft om de dochter van Abercrombie te ontmoeten, schrijft Kumo haar twee brieven, waarin hij vertelt over het ontstaan van zijn passie voor wolken. Alles heeft te maken met een verschrikkelijke gebeurtenis uit zijn jeugd.

Toen ik dit boek begon te lezen dacht ik eerst dat Audeguy stukken had overgeschreven uit De taal van de wolken van Richard Hamblyn. Het verhaal van Luke Howard is immers al eerder verteld. Gelukkig bleek de auteur toch eigen accenten te leggen, en de verhalen over Carmichael en vooral over Abercrombie maakten het flauwe begin meer dan goed. Het is wel even wennen aan de stijl van Audeguy: eerder koel, afstandelijk, eenvoudig. Sommige recensenten zagen er echo's van Flaubert of Proust in. Misschien heeft het te maken met de vertaling, maar ik vond de stijl van Audeguy in het begin té eenvoudig. Aanvankelijk kwamen ook de hoofdpersonages nogal simpel over: Virginie is een karakterloze jonge vrouw, die zich laat manipuleren door een werkloze minnaar, terwijl Kumo een doorslagje leek te zullen worden van Issey Miyake. Met Kumo komt het wel goed. Hij heeft een opmerkelijke levensloop, die de achtergrond van de roman vormt. Virginie blijft echter een onbeschreven blad, ondanks haar erotische avonturen. Wat de auteur overigens toegeeft in een interview: Virginie is een overblijfsel uit een vorig geschrift. Anderzijds had Audeguy een personage nodig dat niet uitzonderlijk was, en dat, zoals de meeste van ons, een eerder grijs en middelmatig leven had en kon evolueren.

En daarmee zijn we bij het hoofdthema van dit boek, dat helemaal niet over wolken gaat, maar wel over eros en thanatos. Audeguy heeft daar een paar opmerkelijke dingen over te zeggen. Niet voor niets heet zijn roman in het Frans dan ook La théorie des nuages. Waarom de de nederlandse uitgever de titel veranderde in De wolkenbibliotheek is één van die raadsels uit het uitgeversvak. Verwacht ook geen realistische roman. De verhalen die Kumo vertelt lijken wel geïnspireerd door De vertellingen van duizend-en-één nacht, in die zin dat de vertelling over meerdere dagen gespreid wordt, terwijl er langzaam een band ontstaat tussen verteller en luisteraar. Er zitten wat fantastische trekjes in het verhaal, en alhoewel het personages van Carmichael Abercrombie geïnspireerd werden door figuren die werkelijk bestaan hebben (o.a. de Engelse schilder Constable), geeft Audeguy er toch een heel eigen draai aan. Zoals de recensent van het tijdschrift Lire het zo mooi schreef: "Audeguy utilise les vérités scientifiques et historiques pour éclaircir les zones de turbulence de ses personnages".

De wolkenbibliotheek is het eerste deel van een driedelige serie over de verhouding tussen de mens en de techniek. Aanvankelijk wou Audeguy een boek schrijven dat liep van het neolithicum tot vandaag. Omdat hij veel te veel materiaal had, is het dus een trilogie geworden. Het tweede deel is al verschenen onder de titel Fils unique, en gaat over de broer van Jean-Jacques Rousseau. Deel drie zal wandelaars als onderwerp hebben en zal lopen tot de Olypische Spelen van 2012 in London.

Stéphane Audeguy, De wolkenbibliotheek. Oorspronkelijke titel: La théorie des nuages. Cossee, Amsterdam, 2006. 288 blz.

12:04 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: franse literatuur |  Facebook |

22-02-08

Nieuws.


Geen nieuws deze week, behalve het overlijden van Alain Robbe-Grillet, één van de grondleggers van de nouveau roman.

Dit is een leuke: Geheim van "verboden" Cambridge University Library ontsluierd.

Voor romantische zielen: de top tien van de romantische boeken door Freya North, die zelf pas de Romantic Novel of the Year prijs won.

19:40 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-02-08

Albert Camus, De mens in opstand.

camus_mensinopstandDe mens in opstand is een poging van Camus om zijn tijd te begrijpen, "een tijdperk dat in vijftig jaar tijd zeventig miljoen mensen van hun wortels rukt, onderwerpt of doodt". "Het gaat om de vraag of de onschuld, vanaf het moment dat deze handelend optreedt, per se moet doden." Deze opstand "komt voort uit de aanblik van het onredelijke, de confrontatie met een onrechtvaardige, onbegrijpelijke toestand". Om een antwoord op die vragen te kunnen formuleren, bestudeert Camus eerst de metafysische opstand (de opstand tegen God), en vervolgens de historische opstand (de opstand tegen het gezag van de Staat). Daarbij vertrekt hij meestal van de Franse revolutie, en bestudeert dan latere schrijvers en filosofen. Vooral Hegel is prominent aanwezig, en Marx. Op die manier toont Camus waar het mis is gelopen: de opstand is een doel op zich geworden, de revolutie is uitgemond in een politiestaat met concentratiekampen, waar mensen worden gedood met als argument het hogere belang van de revolutie. Vervolgens bespreekt Camus de positie van de kunstenaar tegenover de opstand. Hij besluit dat de opstand, die de enige manier is om althans tijdelijk het absurde te overstijgen, alleen verantwoord is als daarbij een maat, een ethiek in acht wordt genomen. "We weten nu, aan het einde van dit lange onderzoek naar de opstand en het nihilisme, dat revolutie zonder andere grenzen dan historische doeltreffendheid neerkomt op onbegrensde onderdrukking."

De mens in opstand verscheen in 1951, in volle koude oorlog. Met dit boek nam Camus afstand van de communisten en marxisten. Dat viel niet in goede aarde bij de Franse linkerzijde. Eén van Sartre's volgelingen, Francis Jeanson, kreeg de opdracht het boek te bespreken. Jeanson verweet Camus geen rekening te willen houden met de "dwingende noodzaak van de geschiedenis" (met andere woorden de noodzaak van een efficiënte strijd). Wat aantoont dat Jeanson er niets van begrepen had of er niets van heeft willen begrijpen. De polemiek escaleerde verder in het antwoord van Camus en leidde tot de definitieve breuk tussen Camus en Sartre. Overigens zou Sartre zelf de communistische partij verlaten na de Sovjet inval in Hongarije in 1956.

Dit is geen gemakkelijk boek. Om het volledig te begrijpen moet je al een ferme bagage filosofie hebben. De grote lijnen zijn wel te volgen, maar van sommige stukken, en vooral die over Hegel, heb ik niets begrepen, omdat Camus Hegel als "gezien" beschouwd. Dit is een moedig boek, omdat Camus als eerste linkse intellectueel de luciditeit had om de misdaden van het Leninisme-Stalinisme te onderzoeken, te verklaren en te veroordelen. Dit is ook een actueel boek, omdat Camus zich ook tegen het terrorisme keert. Dit is een humanistisch boek, omdat Camus tot de conclusie komt dat het doel de middelen niet heiligt. Het is een opmerkelijke terugkeer naar de matigheid van het antieke Griekse denken, dat de auteur afzet tegen het "noordelijke" denken. Dit is een complex boek, waar Camus vijf jaar aan gewerkt heeft en waar hij alles in gestoken heeft dat hem aan het hart lag. Het mag dan misschien geen filosofisch boek zijn in de gebruikelijke betekenis, het is zeker een politiek boek dat vanuit een filosofisch standpunt geschreven is en nog niets van zijn betekenis verloren heeft.

Albert Camus, De mens in opstand. Oorspronkelijke titel: L'homme révolté. de Prom, Amsterdam/Antwerpen, 2004. 320 blz.

22:02 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: filosofie |  Facebook |

17-02-08

Mikhail Bulgakov, Notes Off the Cuff.

Dit is een autobiografisch kortverhaal in twee delen. Het begint heel hectisch: een uitgever van de niet meer bestaande krant Russkoye Slovo stormt binnen, rukt een telegram van een bureau, en begint aantekeningen te maken. Daarna stormt hij weer buiten. De verteller wil hem achterna lopen, maar hij kan de energie niet opbrengen. Hij heeft reeds twee dagen hoge koorts en vreest voor typhus; de uitgever is wellicht een spook uit een koortsdroom. Dan bedenkt een bevriende dichter dat ze best een Kunsten Subsectie kunnen oprichten en ervoor zorgen dat de verteller hoofd van de afdeling Literatuur wordt. Zo gezegd, zo gedaan. Aanvankelijk is de afdeling een succes (er wordt zelfs betaald voor het geleverde werk!), tot op een dag de Subsectie gereorganiseerd wordt en een nieuwe chef arriveert. De verteller besluit naar Moskou te vertrekken. Daar herhaalt zich het verhaal: hij krijgt een baantje bij de afdeling Literatuur, maar uiteindelijk overwinnen de bureaucraten en worden de kunstenaars eruit gegooid. "Moscow's terrible in periods of staff reductions and weather like that. Yes sir, that was a reduction allright. People being sacked in other parts of that awful building too. But not Madame Kritskaya, Lidochka or the sealskin hat."

Michail Boelgakov is één van mijn favoriete Russische schrijvers. Notes Off the Cuff (in het Nederlands Aantekeningen op de manchetten) hoort thuis in het rijtje van zijn satirische werken. Boelgakov beschrijft de electrische atmosfeer van het begin van de jaren 20, toen alles nog mogelijk was (het was de periode van de Nieuwe Economische Politiek, de NEP). Toch slagen de bureaucraten er telkens weer in de overhand te krijgen, en Boelgakov steekt in dit verhaal de draak met dergelijke kantoor-intriges. De toon van het verhaal is heel gejaagd. De gedachten volgen elkaar in een snel tempo, terwijl de verteller associeert. Een voorbeeld: "Late one hungry evening, I wade through puddles in the dark. Everything's boarded up. My feet are in tattered socks and battered shoes. There is no sky. In its place hangs a huge foot-binding. Drunk with despair, I mutter: "Alexander Pushkin. Lumen coelum. Sancta rosa. And his threats ring out like thunder." Am I going mad? A shadow runs from the street lamp." Dat zijn de hallucinaties van een hongerlijder. Boelgakov verwijst in de tekst zelf naar de Noor Knut Hamsun, die een heel boek over dat onderwerp schreef, Honger). Voor het overige wordt ook de literaire scene op de korrel genomen (I'm top man after Gorky). Kortom, een leuk verhaal waarin Boelgakov zich eens goed laat gaan. Dat een dergelijk tekst (waarin onder andere openlijk over honger wordt gesproken) kon verschijnen, toont aan dat de NEP een "liberale" periode was. Onder Stalin is het uit met dergelijke verhalen. Voor zover ik weet is het verhaal nooit in het Nederlands verschenen. De Engelse tekst kan je hier in PDF vinden.

Mikhail Bulgakov, Notes Off the Cuff. Oorspronkelijke titel: Zapiski na manchetach. Raduga, Moskou, 1990. 32 blz.

12:32 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: russische literatuur, kortverhaal |  Facebook |

15-02-08

Nieuws.


Uitgeverij HarpersCollins laat je de volledige tekst van sommige boeken lezen op hun website. Op de site staat o.a. een roman van Paulo Coelho, een kookboek, een kinderboek en een boek over de Amerikaanse verkiezingen. Erg gebruiksvriendelijk is het niet: de tekst beslaat nauwelijks een kwart van het scherm, en de pagina's laden één voor één.

Erik Olofson maakt zetels in de vorm van boeken. Op vraag van zijn dochter, die zijn oorspronkelijke ontwerp voor de plaatselijke bibliotheek maar niets vond.

De Vlaamse regering is met geld over de brug gekomen om het Antifonarium Tsgrooten, een Brabants handschrift van rond 1522, aan te kopen. De bibliotheek van de universiteit van Gent heeft het manuscript gedigitaliseerd. Je kan het hier bekijken.

De Duitse schrijver en Nobelprijswinnaar Günter Grass krijgt een museum in het Poolse Gdansk, waar hij geboren werd toen de stad nog Danzig heette.

Meer dan zeventig jaar geleden ondernam het Russische schrijversduo Ilf en Petrov een reis door Amerika. Wat resulteerde in Amerika eenhoog. Nu hebben Russische documentairemakers de reis overgedaan, waarbij ze onder andere Bill Gates en Michael York interviewden. Het resultaat is een 16-delige reeks die nu op het Russische Channel One loopt. Bericht in The Moscow Times.

19:43 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-02-08

Teru Miyamoto, Kinshu. Autumn Brocade.

miyamoto_kinshuTien jaar geleden zijn Aki en Yasuaki gescheiden, nadat de laatste zwaargewond werd aangetroffen in een herberg, met naast hem een dienster die zelfmoord had gepleegd. Nu hebben ze elkaar bij toeval ontmoet op de berg Zaô. Aki was op uitstap met haar gehandicapte zoon uit haar tweede huwelijk, Yasuaki was op de vlucht voor schuldeisers. Aki grijpt de gelegenheid aan om een briefwisseling te beginnen met haar ex-echtgenoot. Van januari to november schrijven de twee mekaar, eerst aarzelend en vol verwijten. Aki begrijpt nog altijd niet hoe Yasuaki naast de dode dienster terecht is gekomen. Aanvankelijk weigert Yasuaki in te gaan op haar vraag, maar uiteindelijk vertelt hij haar het volledige verhaal van zijn verleden, hoe hij als wees in een havenstadje werd opgevoed en hoe Yakuko de enige was waar hij op school contact mee had. Vele jaren later, wanneer Yasuaki al getrouwd is met Aki en voor de bouwonderneming van haar vader werkt, komt hij Yakuko toevallig tegen. Dat is het begin van zijn buitenechtelijk relatie met deze onstabiele vrouw, die hem op een avond tracht te vermoorden en vervolgens zelfmoord pleegt. Dat incident is een keerpunt voor Yasuaki, die noodgedwongen scheidt, zijn baan verliest en steeds verder wegzinkt op de maatschappelijk ladder. Tot hij uiteindelijk bij een jongere vrouw intrekt, die hem moreel verplicht haar te helpen met het maken en verkopen van brochures voor schoonheidssalons en kappers. Maar zelfs daar haalt zijn verleden hem in.

Dit is een boek in brieven. Kan het nog stereotieper? Maar de Japanse auteur Teru Miyamoto (Kobe, °1947) bewijst dat deze oude vorm, mits het nodige inzicht en fijngevoeligheid, nog altijd even effectief is als toen Samuel Richardson Pamela en Clarissa schreef in de eerste helft van de 18de eeuw. De aanleiding van het verhaal is een fait-divers, en het boek had gemakkelijk banaal kunnen worden. Immers, de hoofdpersonages zijn al even gewoon. Aki, de dochter van een rijke bouwondernemer, is nu getrouwd met een universiteitsassistent, die haar bedriegt met één van zijn studentes. Yasuaki is van de ene job in de andere getuimeld, en leeft nu samen met een jongere vrouw, die hem onderhoudt met haar salaris als caissière in een supermarkt. Zulke verhaaltjes staan iedere week in damesbladen. Miyamoto heeft deze magere intrige aangegrepen om een aantal fundamentele thema's in een (Japans) mensenleven aan de orde te stellen. In de eerste plaats dan de rol van man en vrouw in het huwelijk. Yasuaki moet toegeven dat hij de zwakste partner was, en dat zijn ontrouw terug te voeren is op zijn mannelijke natuur. Door middel van de brieven zijn Aki en Yasuaki in staat de gebeurtenissen uit het verleden te vertellen en hun gedachten en emoties te onthullen, iets wat ze in een rechtstreeks contact waarschijnlijk niet zouden kunnen. De briefwisseling brengt ook een catarhsis teweeg. Tot nu toe waren beiden haast uitsluitend met het verleden bezig; na de briefwisseling zijn ze klaar om de toekomst onder ogen te zien. Een tweede thema gaat over leven en dood, en de rol van karma - (nood)lot - daarbij. Zowel Aki als Yasuaki hebben in de afgelopen tien jaar een revelatie dienaangaande meegemaakt. Beide menen ze dat hun karma te maken heeft met het feit dat de één altijd bedrogen wordt door haar echtgenoten, en dat de ander ongeluk brengt over de vrouwen waarmee hij een relatie heeft. Miyamoto slaagt erin de sympathie van de lezer te wekken voor deze twee ongelukkige mensen, zonder daarbij melodramatisch te worden. Ongetwijfeld zal een Japanse lezer veel meer in dit boek vinden. Zo is de sfeer er één van spijt en verdriet omwille van het leven dat voorbijgaat, een Japanse literaire topos bij uitstek. Maar ook een Westerse lezer zal gegrepen worden door het verhaal van Aki en Yasuaki, omdat Miyamoto universele thema's bespeelt.

Teru Miyamoto is een bekende en veel gelezen auteur in Japan. Kinshu is de eerste vertaling van zijn werk in het Engels. In het Nederlands werd hij nog niet uitgegeven.

Teru Miyamoto, Kinshu. Autumn Brocade. Oorspronkelijke titel: Kinshu. New Directions, New York, 2005. 196 blz.

22:07 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: japanse literatuur |  Facebook |

10-02-08

Georges Rodenbach, Bruges-la-Morte.

rodenbach_brugeslamorteHugues Viane is na de dood van zijn vrouw naar Brugge verhuisd, omdat de stemming die in het stadje hangt overeenkomt met zijn melancholische gemoedstoestand. Hij heeft een kamer in zijn huis op de Rozenhoedkaai ingericht ter nagedachtenis van zijn vrouw, met diverse portretten en, in een glazen schrijn, een streng haar van de overledene. Viane brengt de dag door in contemplatie van zijn overleden vrouw. In de late namiddag gaat hij uit en maakt lange wandelingen door Brugge. Tijdens één van die wandelingen ontmoet hij een vrouw die als twee druppels water lijkt op zijn overleden echtgenote. Viane is eerst zo verbouwereerd, dat hij de vrouw laat gaan. In de dagen daarna gaat hij op zoek naar haar. Het blijkt een actrice uit het noorden van Frankrijk te zijn, Jane Scott, die eenmaal in de week in Brugge komt optreden. Het duurt niet lang voor Viane haar geïnstalleerd heeft in een woning buiten het centrum. Tijdens hun ontmoetingen zoekt hij de trekken van zijn overleden vrouw in Jane. Na enkele maanden begint Jane zich te vervelen in deze bizarre relatie, en zoekt vertier buitenshuis. In Brugge beginnen de geruchten over de vrome weduwnaar en de actrice zich te verspreiden. Naarmate de maanden voorbijgaan, stelt Viane steeds meer verschillen met zijn overleden vrouw vast bij Jane. Tijdens de jaarlijkse rondgang van de H. Bloedprocessie komt het tot een dramatische ontknoping.

Na de positieve bespreking in The Guardian, was het hoog tijd om dit boek zelf ook eens te lezen. Gelukkig kon ik in de bibliotheek de hand leggen op een uitgave van Flammarion, waarin ook de foto's van het origineel staan. Rodenbach was een pionier in dit opzicht: de tekst van het verhaal werd aangevuld met een aantal foto's uit het archief van een Parijse fotohandel. De foto's dragen wezenlijk bij tot de atmosfeer van het boek. Dat was ook de bedoeling van Rodenbach, want, zoals hij in zijn voorwoord schrijft, het belangrijkste personage in het boek is de Stad. De foto's tonen dan ook meestal verlaten straten en plaatsen in Brugge en stemmen perfect overeen met de melancholie van Viane. Rodenbach is er zeer goed in geslaagd om de stemming van Viane te recreëren in dit Brugge. Daarmee schept hij met woorden eenzelfde atmosfeer als de striptekenaars Schuiten en Peeters in hun albums over de Duistere Steden. Alleen al daarvoor zou je dit boek moeten lezen.

Bruges-la-Morte is een symbolistische roman, een stroming in de literatuur op het einde van de 19de eeuw die zich verzette tegen het naturalisme van vb. Zola. Mede daardoor is het boek nauwelijks verouderd. Natuurlijk speelt het in een andere tijd: de kerk en de godsdienst beheersen het leven in Brugge, ondermeer door middel van het quasi onafgebroken luiden van klokken. Maar voor het overige kan je je zeer goed inleven in het personage van Hugues Viane. Het boek is in een zeer poëtische taal geschreven; sommige zinnen kun je scanderen als Alexandrijnen. Je kan het boek ook lezen als een fantastisch verhaal (soms doet het denken aan Jean Ray) of als een psychologische studie. Kortom, een werkje dat de ware literatuurliefhebber moet gelezen hebben.

Geschreven door een (Franstalige) Belg of niet, het boek werd in Brugge niet op enthousiasme onthaald, want de stad was op het einde van de 19de eeuw helemaal geen in slaap gedommeld provincieplaatsje. Wie hierover meer wil weten, leze de bijdrage van Andries van den Abeele. Er is in Brugge dan ook geen gedenkteken voor Rodenbach; zijn fans zijn noodgedwongen uitgeweken naar Gent.

Georges Rodenbach, Bruges-la-Morte. Flammarion, z.p., 1998. 343 blz.

19:56 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: franse literatuur |  Facebook |

08-02-08

Nieuws.


Wie eens wil horen hoe de gedichten van Schotlands nationale dichter, Roberts Burns, klinken, kan een podcast van The Guardian beluisteren.

Stichting Lezen is op zoek naar het mooiste kinderboek. Stemmen kan nog tot 14 februari 2008 om middernacht.

Beschrijf je leven in zes woorden.

Hella Haasse heeft een virtueel museum geopend op het Internet.

19:00 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-02-08

Diane Wei Liang, Het oog van jade.

wei liang_oogjadeMei Wang is 28 en heeft net haar eigen zaak geopend in Beijing. Omdat privé-detectives verboden zijn in China, noemt ze zich informatieconsulente. Mei heeft zelfs een medewerker, een gewezen bouwvakker uit de provincie. Ze heeft ook een eigen appartementje en een autootje. Dat is zowat het hoogste wat een alleenstaande jonge vrouw in China kan bereiken. Of neen, het kan nog beter, zoals de zus van Mei bewijst. Die staat namelijk op trouwen met een rijke zakenman en wentelt zich in luxe. Op een dag verschijnt een vriend van Mei's moeder op kantoor. Hij wil dat Mei op zoek gaat naar oudheden uit de tijd van de Han-dynastie. Tijdens de Culturele Revolutie zijn veel musea verwoest en geplunderd door Rode Gardisten. Nu duiken er museumstukken op in de illegale handel, want antiek mag het land niet verlaten. Mei moet op zoek naar een antieke kom en een zegel, het oog van jade. Het onderzoek is nog maar net gestart wanneer Mei's moeder een hersenbloeding heeft en in allerijl afgevoerd wordt naar een ziekenhuis. Daardoor nemen de gebeurtenissen een onverwachte wending, en komt het verleden van Mei's ouders weer aan de oppervlakte.

Dit boek wordt aangekondigd als het eerste in een reeks met Mei Wang als privé-detective. Maar Diane Wei Liang heeft duidelijk moeite om te beslissen welke richting ze met het boek uit wil: detective of Chinese chick-lit. De intrige is dan ook dunnetjes uitgesponnen, en moet alleen maar dienen als achtergrond voor wat de schrijfster echt bezighoudt, en dat zijn de persoonlijke, amoureuze en andere, lotgevallen van haar heldin. Mij niet gelaten, maar zet de potentiële lezer dan niet op het verkeerde been. Anders is het lang wachten op enige spanning, die er uiteindelijk dan toch niet komt. Niet dat dit een slècht boek is. Het geeft een goed beeld van hoe er in het nieuwe China aan toegaat: de nieuwe rijken, de oude gedragsregels, illegale handel, illegale immigranten uit de provincie, corruptie, machtsmisbruik en de naweëen van de Culturele Revolutie. Wel slecht is de passage waarin de oude liefde van Mei opduikt. Dan wordt het verhaal bepaald melig. Maar een detectiveverhaal? Neen, dat is het niet.

Diane Wei Liang werd geboren in het jaar van de Culturele Revolutie. Ze studeerde aan de universiteit van Beijing, maar werd gedwongen het land te verlaten vanwege haar deelname aan het studentenprotest van Tien An Men. Ze woont nu in Engeland. Het begin van Het oog van jade kan je hier lezen (Engelse versie).

Diane Wei Liang, Het oog van jade. Oorspronkelijke titel: The Eye of Jade. Luitingh-Sijthoff, Amsterdam, 2007. 254 blz.

20:49 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-02-08

Marc Dugain, Une exécution ordinaire.

dugain_executionordinairePavel Altman is de zoon van Olga Ivanovna Atlina, een urologe verbonden aan een hospitaal in een buitenwijk van Moskou. Zijn moeder behandelde gedurende korte tijd Jozef Stalin, en bestreed diens pijnen door middel van handoplegging. Gelukkig voor haar overleed Stalin in 1952, zodat ze terug kon gaan samenleven met haar echtgenoot, een wetenschapper, van wie ze om veiligheidsredenen gescheiden leefde. Het koppel vestigt zich in een havenstad aan de Barentszee, en daar wordt Pavel in 1957 geboren. Na de dood van zijn vader blijft zijn moeder in de havenstad wonen, alhoewel ze weinig populair is en geen erg goede dokter. Ze is na de dood van Stalin gestopt met handopleggingen, en daardoor zijn de resultaten van haar behandelingen achteruit gegaan. Parellel met het verhaal van de familie Atlin/Altman volgen we de opgang van een jonge officier van de KGB, Vladimir Plotov. We zien hoe hij gerecruteerd wordt en in Oost-Duitsland gaat werken. De jaren gaan voorbij en Pavel is ondertussen leraar geschiedenis in een school van de noordelijke havenstad. Hij is gedesillusioneerd omdat hij de kinderen fabeltjes moet wijsmaken. Zijn vrouw, van wie hij wou scheiden, heeft bij een val een hersenbeschadiging opgelopen, en leeft in het verleden. Ze hebben twee kinderen: Anna, die journaliste is bij een onafhankelijk TV-station, en Vania, die bij de marine is gegaan en voor een eerste missie met een onderzeëer vertrekt. Maar dan gebeurt een ramp: twee explosies brengen de Oskar tot zinken.

In Une exécution ordinaire contrasteert Marc Dugain de machthebbers van Rusland met hun machteloze onderdanen. Aan de ene kant hebben we Stalin en Plotov (lees Poetin), aan de andere kant de familie Atlin/Altman en hun vrienden en bekenden. Voor Dugain is er in de grond geen verschil tussen Stalin en Plotov. Ze hebben allebei geen enkel respect voor hun onderdanen. Dugain illustreert dat aan de hand van de reacties van Plotov na de ramp met de Oskar (lees Kursk). Plotov hoopt dat er geen overlevenden zijn, want overlevenden zijn ook getuigen en kunnen de officiële versie van de feiten tegenspreken, en zo de waarheid aan het licht brengen. Die waarheid (machtmisbruik, incompetentie, corruptie) mag echter niet bekend wiorden. Voor Pavel is het dan al lang duidelijk dat er geen overlevenden zullen zijn. Hij heeft het systeem door. Pavel staat voor de gewone apolitieke Rus, die maar één doel in zijn leven heeft: overleven en zijn familie, naasten en vrienden doen overleven. Daarbij kan hij zich geen enkele morele luxe veroorloven. Terwijl Pavel toch nog een enige menselijkheid heeft, is Plotov (bijnaam, de wezel) een koude politieke robot. Ik vond de beschrijving van Plotov en diens carrière goed geslaagd en erg realistisch. Het protret dat Dugain tekent van de man aan de leiding van Rusland is onheilspellend. Une exécution ordinaire is een goed geschreven historische roman, met boeiende personages en interessante thema's. Aanbevolen.

Marc Dugain is een Franse schrijver met 5 romans op zijn actief. Uitgeverij Gallimard heeft een mooie website laten maken voor Une exécution ordinaire. De eerste zes bladzijden van het boek kan je hier lezen. Dugain ontving de Grand Prix RTL Lire 2007 voor deze roman.

Marc Dugain, Une exécution ordinaire. Gallimard, z.p., 2007. 350 blz.

14:45 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: franse literatuur |  Facebook |

31-01-08

Junichiro Tanizaki, Liever nog op de blaren.

tanizaki_lievernog op de blarenKaname en zijn vrouw Misako zitten gevangen in een liefdeloos huwelijk. Ieder leidt zijn eigen leven. Alleen hun aarzeling en twijfels hebben de beide echtgenoten nog gemeen. Die aarzelende houding maakt het hen onmogelijk om te scheiden. Niet dat ze niet zouden willen, het is pure indolentie en vrees voor gezichtsverlies. Misako trekt meer en meer naar haar minnaar Aso, iets wat Kaname niet kan schelen en zelfs aanmoedigt. Louter uit beleefdheid gaan ze in op de uitnodiging van Misako's vader, om samen een poppentheater te bezoeken. Kaname heeft nooit veel belangstelling gehad voor de tradities van het oude Japan, maar door het bezoek aan het poppentheater begint zijn houding langzaam te veranderen en gaat hij de oude gewoontes meer waarderen. Misako daarentegen leeft als een moderne jonge vrouw en kijkt uit naar de toekomst. Kaname's neef Takanatsu probeert ondertussen te helpen met de scheiding, maar tot zijn frustratie krijgt hij de beide echtgenoten niet in beweging. Kaname gaat met zijn schoonvader en diens bijzit Ohisa naar het eiland Awaji om het poppenspel daar te bekijken. Na de voorstelling vertrekt Kaname weer naar het vasteland en bezoekt de euraziatische prostitué Louise. Hoewel hij haar regelmatig bezoekt, besluit hij om niet meer naar het bordeel terug te keren, omdat Louise hem maar om geld blijft vragen.

Liever nog op de blaren is een roman met veel autobiografische elementen. Tanizaki schreef het boek toen zijn eigen huwelijk in crisis was (hij scheidde twee jaar later van zijn vrouw). Bovendien keerde de auteur ook terug naar de oude Japanse tradities, nadat hij door een aardbeving gedwongen was te verhuizen van Tokio naar Kyoto. Met het thema van traditie versus moderniteit (of Oost tegen West) loopt Tanizaki vooruit op de romans die na de Tweede Wereldoorlog in Japan zullen verschijnen. Hoewel Kaname zich beschouwt als een moderne man, benijdt hij toch de levensstijl van zijn schoonvader, die samenleeft met een veel jongere vrouw en zich goed voelt bij een traditionele levenswijze. Voor Kaname bestaan er maar twee soorten vrouwen: het moederlijke type en het hoerige type. Misako is noch het een noch het ander, en dat ligt mede aan de basis van de huwelijkscrisis. Eigenlijk is Kaname niet geïnteresseerd in echte vrouwen, maar in een idee, het idee van de Ideale Vrouw, een vrouw die hij op een voetstuk kan plaatsen en vereren (in het boek belichaamt door een vrouwelijke pop). Kaname leeft dan ook meer in een eigen gecreëerde fantasiewereld, dan in de realiteit. Misako daarentegen staat meer met beide voeten op de grond, en probeert aan een toekomst te werken voor haar en haar minnaar. Zo biedt Liever nog op de blaren scènes uit een Japans huwelijksleven, uit een tijd die op de wip zit tussen het feodale verleden en de moderne wereld. Met subtiele toetsen schildert Tanizaki een portret van de Japanse samenleving en van enkele complexe personages in een tijd van snelle veranderingen. Een geslaagd boek dus, behalve het einde. Ik vond dat de auteur het verhaal nogal bruusk afbreekt, zonder tot een conclusie te komen. Of was dat net de bedoeling?

Junichiro Tanizaki, Liever nog op de blaren. Oorspronkelijke titel: Tade ku-mushi. Meulenhoff, Amsterdam, 1986. 206 blz. Deze Nederlandse vertaling is gebaseerd op de Engelse versie, en niet op de originele Japanse tekst.

20:32 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: japanse literatuur |  Facebook |

29-01-08

Nieuws.


De longlists voor de Gouden Uil en de Libris literatuurprijs zijn bekend gemaakt. [links naar De Papieren Man]

Het is officieel, want het staat in een vonnis: detectiveverhalen schrijven is minder waard dan "ernstige" boeken schrijven. Tekst en uitleg in The Guardian.

The Times heeft het over literaire zelfmoorden - die van schrijvers, welteverstaan. [via De Papieren Man]

Wat is een personage, vraagt James Wood in The Guardian.

Welke 100 boeken elk kind zou moeten lezen, vind je in The Telegraph.

The Guardian bericht over een samenzwering om Orhan Pamuk en andere Turkse schrijvers te vermoorden.

12:32 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-01-08

Peter d'Hamecourt, Russen zien ze vliegen. Een reis van communisme via perestrojka naar Poetinisme.

hamecourt_russenPeter d'Hamecourt ging in 1989 als correspondent van onder andere de NOS, de VRT en het Algemeen Dagblad naar Moskou. Juist op tijd om een bewogen periode in de geschiedenis van Rusland vanop de eerste rij mee te maken. De perestrojka en glasnost van Gorbachov, de chaos en het wilde kapitalisme onder Jeltsin, de stabilisering onder Poetin, tot en met het institutionalisering van het Poetinisme, d'Hamecourt brengt van deze politieke gebeurtenissen verslag uit. Maar hij ondervindt ook de moeilijkheden van het dagelijkse leven. En ook die beschrijft hij in deze columns: de prijsstijgingen, de schaarste, de Georgische groenteboeren, de verdrijving van diezelfde groenteboeren in een campagne tegen "zwarten" (mensen uit de zuidelijke deelstaten van de vroegere Sovjet-Unie), de drankzucht en de pogingen van de Staat om althans de illegale drank uit te bannen (wegens te veel sterfgevallen), de dienstplicht en de (vaak dodelijke) terreur waaraan groentjes bloot staan in het Russische leger, de gewoonte om op de feestdag van de doop van Christus in de Jordaan in de bevroren meren en rivieren te gaan zwemmen, de georganiseerde misdaad, het feit dat de brandweer in Moskou zijn verdieping in geval van brand niet kan bereiken (d'Hamecourt woont op het 21ste en de ladders gaan maar tot de 16de verdieping), geen onderwerp is d'Hamecourt te gek. Daarnaast bericht hij ook over de ontwikkelingen in de vroegere Sovjet republieken die nu onafhankelijk zijn, en over Afghanistan. Alle columns bij elkaar geven dan ook een mooi overzicht van de recente Russische geschiedenis.

Wie zich voor Rusland interesseert moet dit boek beslist lezen. Zoals d'Hamecourt zelf schrijft, Rusland houdt niet op te verbazen. Russen blijken toch een heel apart slag mensen. De meesten zijn na zeventig jaar communisme alle initiatief verleerd, en wachten op de Staat. Dat is één van de redenen van het slagen van het Poetinisme. (een andere is de slechte herinneringen die de meeste Russen aan de periode van tsaar Boris). d'Hamecourt verwacht weinig heil van Poetin, want deze blijft in de eerste plaats een KGB-man. Ondertussen proberen de gewone mensen te overleven, onder andere door massaal groenten te kweken op hun datcha's. En terwijl de ruimte-ingenieurs meesterlijk improviseren en kosmonauten halsbrekende toeren uithalen in de ruimte, slagen de wegenwerkers er maar niet in de putten in de wegen te dichten. Een land met zoveel contrasten, daar moet je wel boeiende stukjes over kunnen schrijven. d'Hamecourt is daar aardig in geslaagd. Zijn columns zijn vlot geschreven, en met de nodige humor.

Een interview met de auteur over dit boek kan je bekijken op de website van de VARA. d'Hamecourt schrijft ook af en toe een stukje in zijn weblog op de site van de VRT.

Peter d'Hamecourt, Russen zien ze vliegen. Een reis van communisme via perestrojka naar Poetinisme. Conserve, Schoorl, 2007. 428 blz.

12:03 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nonfictie |  Facebook |

24-01-08

Helle Helle, De veerboot.

helle_veerbootDenemarken, de jaren tachtig. Twee zussen, Tine van vijfentwintig en Jane van twintig, wonen samen in een appartement in het plaatsje Rødbyhavn. Tine is met bevallingsverlof. Ze heeft een dochtertje, Ditte, waar ook Jane voor zorgt. Tine werkte op de veerboot tussen Rødby en het Duitse Puttgarden, als verkoopster in de parfumeriewinkel, en is van plan die baan weer te nemen na haar zwangerschapsverlof. Ondertussen zorgt ze ervoor dat Jane wordt aangeworven door de veerbootmaatschappij. Ook zij gaat werken in de parfumerie, en maakt zo kennis met Tine's collega's en met de regelmatige klanten van de ferry.

En verder gebeurt er niet veel in dit boek, dat door Jane verteld wordt. In het slaperige stadje zijn overlijdens het enige nieuws. Zo begint het eerste hoofdstuk: "In een week tijd overleden vier mensen, zo ging dat hier. Een van hen was Martin. Hij woonde in het blok achter ons. We hadden het erover gehad hem uit te nodigen voor de koffie, maar dat was er nooit van gekomen". Het leven van de zussen kabbelt rustig voort op het ritme van hun diensten op de veerboot. Soms nemen ze de trein naar een grote stad. Die uitstap eindigt met een teleurstelling; de trein komt vast te zitten en de zussen lopen te voet terug. En is er mevrouw Lund, die op Ditte past als de zussen moeten werken, en Bo, haar volwassen zoon, die nog altijd thuis woont en wat losse klussen opknapt. Allemaal mensen zonder veel geschiedenis en een leven zonder gebeurtenissen. Toch zijn de zussen niet ongelukkig. Ze lijken zich genesteld in dit leventje met twee, hebben geen ambitie en vragen niet meer van het leven.

Zelfs mannen komen en gaan in het leven van de zussen. Tine is bezwangerd door "een goedgebouwde IJslandse electricien. Hij was op doorreis en zou in Rødbyhavn overnachten. Het hotel was een dooie boel, dus ging hij de stad in en kwam Tine tegen. De volgende dag vertrok hij en Tine had geen idee waar hij nu was, en ze wist ook niet meer hoe hij heette". Jane heeft ook van die losse relaties: met een collega uit de supermarkt van de veerboot, met een Deense bouwvakker die in Duitsland werkt en met diens collega. Maar ook zij wil zich niet binden. Uit inertie? Of omwille van het voorbeeld van hun grootmoeder en moeder, ook aleenstaande moeders die er niet in slaagden een duurzame relatie met mannen op te bouwen?

Ik vond dit een heel apart boek. Het verhaal is geschreven in een matter-of-fact stijl, zonder in te gaan op de gedachten, de gevoelens of het morele besef (of het ontbreken daarvan) van de zussen. Alles wordt bekeken door de ogen van Jane, zonder dat de auteur enig oordeel velt. Er zit een subtiele vorm van humor in het boek, en ook satire en maatschappijkritiek. Helle toont dat het heel goed mogelijk is om te leven zoals Tine en Jane. Voor veel Deense lezers een verontrustende gedachte. Daarover zegt de schrijfster in een interview: ""Veel lezers werden geraakt door de zusters, waarschijnlijk omdat Tina en Jane een leven leiden dat ver van hen af lijkt te staan, maar toch ook hun eigen leven zou kunnen zijn. Wie van de buitenkant tegen de zusters aankijkt, denkt een saai en vervelend leven te zien omdat er niks gebeurt. ... We herkennen allemaal de trivialiteit van het leven." Toch is dit allerminst een banaal of depressief verhaal, wel integendeel. Persoonlijk vond ik dit een vrolijk boek. Het is bovendien een mooi portret van twee zelfstandige jonge vrouwen. Aanbevolen voor wie eens een minder gebruikelijk boek wil lezen.

Helle Helle, De veerboot. Oorspronkelijke titel: Rødby-Puttgarden. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2007. 207 blz. Bekroond met de prijs van de Deense kritiek in 2005.

20:47 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: deense literatuur |  Facebook |

22-01-08

Nieuws.


Een Engelse kolonel heeft de realiteit achter de personen en plaatsen in de wereld van P.G.Wodehouse onderzocht. Blijkt dat Wodehouse toch niet zoveel verzonnen heeft. Zo is de varkensgekke Lord Emsworth gebaseerd op de 6de graaf van Dartmouth, die dezelfde liefhebberij beoefende. Blandings Castle is gemodelleerd naar Sudeley Castle in Gloucestershire, maar het kasteeldomein dan weer naar Weston Park in Shropshire. Meer over A Wodehouse Handbook: The World and Words of P. G. Wodehouse in The Telegraph.

The Guardian heeft een analyse van de nieuwe Chinese literatuur in twee afleveringen: deel één en deel twee.

In New York redden daklozen boeken uit afvalcontainers, om ze dan ze verkopen aan een grote tweedehands boekenwinkel. Een mooi verhaal uit The New York Times.

19:31 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-01-08

Alessandro Barbero, 9 augustus 378. De dag van de barbaren.

barbero_9augustus378In de tweede helft van vierde eeuw strekte het Romeinse rijk zich uit van Brittannië tot Syrië en een deel van Arabië, en omvatte alle gebieden rond de Middellandse zee. Het rijk was te groot geworden om door één man bestuurd te worden, en er was nu een keizer van het Westen (Valentinianus) en één van het Oosten (Valens). Het rijk was allerminst in verval en was een magneet voor "barbaren", dit wil zeggen volkeren die over de grens, gevormd door de Rijn en de Donau, woonden. Omwille van de gigantische behoefte aan mankracht, zowel in de landbouw als in de grensbewaking, namen de Romeinen deze "barbaren" maar al te graag op. In feite waren deze volkeren, die worden aangeduid als Goten, half geromaniseerd door hun contacten met de Romeinse wereld. De leiders van de Goten sloten overeenkomsten met de Romeinen, leverden mannen en ontvingen in ruil geschenken, pensioenen en onderhoud voor hun mensen. In 376 deed zich een crisis voor: de Hunnen begonnen op te rukken vanuit de Aziatische steppen en zetten de Goten in de Donauvlakte onder druk. Die trachtten zich massaal in veiligheid te brengen aan de Romeinse kant van de grens. Aanvankelijk werd hen toegezegd dat ze zouden mogen blijven, maar door incompetentie en corruptie braken er relletjes los, die ertoe leiden dat de Goten twee jaar lang al plunderend door Thracië zwierven. Tot keizer Valens de nodige troepen verzameld had en het op 9 augustus 378 in de buurt van Adrianopel (het huidige Edirne in Turkije, tegen de Bulgaarse grens) tot een beslissende slag kwam.

Ik denk dat slechts weinig mensen de slag bij Adrianopel kennen. Zoals Alessandro Barbero schrijft is het een vergeten gebeurtenis. Volgens de auteur is het nochtans een belangrijke slag. Niet alleen omdat de Romeinen de slag verloren of omdat keizer Valens omkwam, maar omdat het het begin van het einde van het Romeinse rijk betekende. Formeel zal het Romeinse rijk ophouden te bestaan bij de afzetting van de laatste keizer, Romulus Augustulus, bijna een eeuw later in 476. Maar met de slag van Adrianopel begon een proces waarbij het voor de Romeinen steeds moeilijker werd om de "barbaren" in het gareel te houden en "te blijven geloven dat ze de enige supermacht ter wereld" waren. De keizers van het Oosten leerden uit de nederlaag en schoven de Goten steeds verder door naar het westen. Daardoor bleef na de ondergang van het Romeinse rijk wel een staat in het oosten bestaan: Byzantium.

Na een inleiding over de toestand van het Romeinse rijk in de vierde eeuw en over de Goten, beschrijft Barbero de aanloop tot de slag van Adrianopel, het gevecht en de gevolgen van de nederlaag van de Romeinen. Dit op basis van antieke teksten, en dan vooral het werk van Ammianus Marcellinus, een beroepsofficier van Griekse afkomst. Barbero legt ook de link naar onze eigen tijd, door een verhaal te schrijven over immigranten, onverdraagzaamheid, identiteit en integratie. De auteur laat verstaan dat de ondergang wellicht vermeden had kunnen worden door de Goten beter te behandelen. Geschiedschrijving werd in de oudheid als een onderdeel van de literatuur beschouwd en Barbero is dit niet vergeten. Dit is een boekje dat goed geschreven en dus vlot leesbaar is. Alleen spijtig dat de Nederlandse uitgave schoonheidsfoutjes heeft, voornamelijk slordigheden zoals spellingsfouten. Voor het overige warm aanbevolen.

Alessandro Barbero, 9 augustus 378. De dag van de barbaren. Oorspronkelijke titel: 9 agosto 378. Il giorno dei barbari. Globe (voor Nederland Mets & Schilt), Brussel, 2006. 174 blz.

11:52 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geschiedenis, nonfictie |  Facebook |

16-01-08

Kjell Genberg, Brug naar Malmö.

genberg_brugnaarmalmoDit is het derde boek over de Zweedse commissaris Arnold Nyman. Niet onbelangrijk om weten, want het boek borduurt voort op de vorige twee. De succesrijke Nyman is om politieke redenen van Göteborg overgeplaatst naar Malmö, of zoals de Deense politie zegt: het oostelijke district van Kopenhagen. Wat meteen aangeeft dat Malmö een erg on-Zweedse stad is, en dat Nyman er zich niet thuisvoelt. Nyman zit thuis en wordt slechts opgeroepen als alle andere manschappen bezet zijn. Op een dag wordt hij naar een molen aan de rand van de stad gestuurd, waar een wandelaar iets verdachts zou gezien hebben. Nyman ondekt een lichaam in de kelder van de molen, duidelijk een moord. Ondertussen geraken de gebeurtenissen in Malmö in een stroomversnelling. Niet alleen is er het verdachte overlijden van een vooraanstaand burger, maar een oude bekende van Nyman is opgedoken in de stad. Het gaat om niemand minder dan de maffia-leider Toomas Ostroz. Ostroz is op de vlucht voor zijn eigen organisatie en wil alleen maar met Nyman spreken. Waarop de leiding in Malmö Nyman in allerijl terughaalt.

Kjell Genberg was mij een onbekende Zweedse auteur. Het blijkt een veelschrijver te zijn die, naast zgn. literaire thrillers, ook historische romans en enkele jeugdboeken heeft geschreven, 200 in totaal. De reeks over commissaris Nyman verscheen in Zweden onder een pseudoniem en daarmee weet de ervaren lezer hoe laat het is. Genberg neemt in dit boek te veel hooi op zijn vork. Er lopen wel drie of vier verhaallijnen door elkaar, die niet allemaal samenkomen op het einde. Bovendien voegt Genberg daar nog een liefdesgeschiedenis bij, en wel in de finale van het verhaal. Dat einde, op zich al ongeloofwaardig, wordt snel afgehaspeld. Goede punten dan weer voor de karakters, alhoewel ze mekaar haast voor de voeten lopen. Nyman is een eigenzinnige en wat tegendraadse figuur, weduwnaar, met een dochter die dokter in opleiding is. Ook de maatschappelijke betrokkenheid, die we kennen van andere Scandinavische auteurs, ontbreekt niet, in casu mensenhandel en witteboordcriminaliteit. Enfin, een niet onaangename middenmoter, maar ook niet meer dan dat. Zeker geen literaire thriller, maar eerder ontspanningslectuur. Leuk voor wie Zuid-Zweden kent.

Kjell Genberg, Brug naar Malmö. Oorspronkelijke titel: Rockad med drottning. de Rode Kamer, z.p., 2007. 301 blz. Je kan het eerste hoofdstuk downloaden onder de vorm van een pdf-bestand.

20:05 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: scandinavische detective |  Facebook |

13-01-08

Sarah Hall, The Electric Michelangelo.

hall_electricmichelangeloCyril (Cy) Parks wordt geboren de dag na een zware storm, dezelfde zware storm waarin zijn vader, een visser, verdween. We zijn aan het begin van de twintigste eeuw, in Morecambe Bay. Het kustplaatsje is het geliefde vakantieoord van de mijnwerkers en fabrieksarbeiders uit het noorden van Engeland. De moeder van Cy, Reeda, runt het Bayview Hotel waar vooral tbc- en andere longlijders verblijven. Daarnaast voert ze soms abortussen uit. Want Reeda is een sterke en onafhankelijke vrouw, die ook het vrouwenstemrecht steunt. Als Cy zijn moeder niet moet helpen in het pension, trekt hij erop uit om met zijn vrienden kwajongensstreken uit te halen. Cy heeft tekentalent, en vindt een vakantiebaantje in een drukkerij. Daar wordt hij op gemerkt door Eliot Riley, de plaatselijke tatoeëerder. Hij overtuigt Reeda om Cy als leerling in dienst te laten gaan. Riley is een eenzaat en heeft een zeer eigenzinnig en soms explosief karakter. Toch slaagt Cy erin het nodige te leren en het niveau van Riley te bereiken. Wanneer deze laatste wordt aangepakt door zijn vijanden en overlijdt, wijkt Cy uit naar Amerika. Hij gaat aan de slag in het amusementspark Coney Island, bij New York, als "The Electric Michelangelo". Daar maakt hij kennis met Grace, een circusartieste van Oost-Europese origine, die optreedt met haar paard Maximus. Naarmate de aantrekkingskracht van Coney Island vermindert, moeten de acts gedurfder en opzienbarender worden. Grace vraagt Cy haar lichaam vol ogen te tatoeëren. Een keuze die zware gevolgen zal hebben.

Dit is een ouderwetse roman, in de goede zin van het woord. Een roman die bijna het ganse leven van Cyril Parks bestrijkt. Een roman over opgroeien en volwassen worden, over pijn en pijn overwinnen, over verlies en bevrijding. Het is ook een historische roman waarin het kustplaatsje Morecambe Bay én het amusementspark van Coney Island tot leven komen. Cy is het hoofdpersonage, maar wordt bijna van het eerste plan verdrongen door zijn moeder en door zijn leermeester Eliot Riley. Het moet gezegd: Cy's karakter wordt bijna volledig gevormd door die twee. Soms vraag je je af of Cy wel een eigen karakter heeft, want ook Grace is qua karakter veel sterker van Cy. Kortom, Cy is een typische Engelsman, volledig gevormd en overheerst door vrouwen. Toch slaagt hij erin zijn eigen weg te vinden. Daarin doet hij denken aan Katadreuffe, de hoofdfiguur van Karakter: dezelfde focus, dezelfde gedrevenheid. Het beroep van tatoeëerder wordt maatschappelijk niet hoog aangeslagen en Cy leeft dus noodgedwongen in de marge. Dat laat Hall toe om sociale toestanden onder de loupe te nemen, zowel die van de arbeidersklasse in Engeland als die van de immigranten in Amerika. Dit is pas het tweede boek van Hall, maar dat zou je niet zeggen. Het is een voldragen roman over een ongewoon thema, in een rijke, dichte(rlijke) taal met veel beeldspraak, veel beschrijvingen en couleur locale en weinig dialogen. Niet altijd even gemakkelijk om lezen dus, maar zeker de moeite waard. The Electric Michelangelo werd genomineerd voor de shortlist van de Booker Prize 2004. Een interview met de schrijfster kan je hier lezen.

Sarah Hall, The Electric Michelangelo. Faber and Faber, London, 2004. 340 blz. In het Nederlands uitgegeven onder de titel De Michelangelo van Coney Island door Anthos.

21:06 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-01-08

Nieuws


Bibliotherapie: weg met de pillen, lees liever een goed boek in groep.

De BBC zend een nieuwe verfilming van Sense and Sensibility (Jane Austen) uit. Achtergrond van het verhaal in The Telegraph.

The Guardian is enthousiast over de Engelse vertaling van Bruges-la-Morte, van Georges Rodenbach.

19:58 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-01-08

Veit Heinichen, Op de wachtlijst van de dood.

heinichen_ wachttlijstdoodBuiten Triëst ligt de schoonheidskliniek La Salvia. Het is een privé-ziekenhuis waar Italiaanse en buitenlandse rijken zich laten oplappen. Maar in de afgeschermde operatiekamers gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen velen. Wanneer de Duitse bondspresident een bezoek brengt aan Berlusconi in Triëst, loopt een man in een operatiehemd voor de geblindeerde limousine van het Duitse staatshoofd. Meteen staat de stad in het brandpunt van de (ook politieke) belangstelling. Een gevoelige zaak voor inspecteur Proteo Laurenti. De opsporingen verlopen langzaam, want de verongelukte man kan niet geïdentificeerd worden. Het lukt Laurenti via zijn minnares Ziva, de Kroatische openbare aanklaagster waar hij kennis mee maakte in Vetes, om een begin van een spoor te ontdekken. Maar dan wordt Leo Lestizza, een van de chirurgen van La Salvia, in zijn huis aangevallen. De dader ontmant de arts, die doodbloedt. Buiten een buisje met cocaïne vindt Laurenti geen enkele aanduiding, noch in Lestizza's huis, noch in zijn kantoor in de kliniek. Bovendien tracht de advocaat van de kliniek Laurenti het leven zuur te maken. De inspecteur moet een ware verdediging optrekken tegen de valse beschuldigingen en zijn vrienden en bekenden in de politie- en gerechtelijke diensten van Triëst in stelling brengen. En dan is er nog de gepensioneerde drugshond Almirante, bijgenaamd Clouseau.

Dit is het derde deel in de reeks met inspecteur Laurenti. Hij is net verhuisd naar een huis buiten de stad, dat hij met wetsdokter Galvano geruild heeft voor zijn appartement in de stad. Zijn vrouw, die in Vetes het huis was uitgegaan omdat ze twijfels had over hun huwelijk, is weer terug. Bovendien heeft Laurenti aan zijn vorig avontuur een minnares overgehouden in de persoon van de Kroatische Ziva. Alles gaat hem dus voor de wind, maar dat blijft niet lang duren. De sterke punten van dit boek zijn, naast de goede karakters, de stad Triëst zelf en de omgeving, die Heinichen met kennis van zaken beschrijft. Genoeg couleur locale dus om bij weg te dromen. Het misdaadverhaal zit wel goed in mekaar, en gaat in op een schrijnende problematiek, maar spanning is er weinig. Dit is het gevolg van het opzet van dit boek, waarbij de lezer vanaf het begin weet hoe de kaarten op tafel liggen (en Laurenti dus niet). Pas helemaal op het einde komt er wat vaart in het verhaal, al vind ik persoonlijk dat Heinichen zich er wat te gemakkelijk en te abrupt vanaf maakt. Het einde is zo geschreven dat het de aanzet kan vormen voor een volgend verhaal van Laurenti. Zoals reeds eerder aangegeven kan Laurenti onderhand de vergelijking met commissaris Guido Brunetti uit de romans van Donna Leon doorstaan. Alleen is Laurenti net een tikkeltje zwakker, en dus menselijker. Op de wachtlijst van de dood was alleszins een aangenaam weerzien met de speurder uit Triëst.

Veit Heinichen, Op de wachtlijst van de dood. Oorspronkelijke titel: Tod auf der Warteliste. De Geus, Breda, 2006. 287 blz.

20:03 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-01-08

Jan Kjærstad, Rand.

kjaerstad_randDe verteller van dit verhaal is een moordenaar. Dat wordt al na enkele pagina's al duidelijk. Het is een seriemoordenaar, maar dan een zeer ongebruikelijke. De man lijkt niet psychisch gestoord of op een andere manier abnormaal of uit balans. Hij is software ontwerper, en valt op zijn werk in gunstige zin op. Vaak zorgt juist hij voor het oplossen van de bugs in de programma's. Hij heeft kinderen, maar die zijn het huis uit. Verder heeft hij een relatie met een vrouw die Ingeborg heet, en die air-hostess is (en dus vaak afwezig). Zijn slachtoffers ontmoet hij op toevallige wijze tijdens wandelingen door Oslo. Hij geraakt met hen in gesprek over allerlei alledaagse en soms minder banale onderwerpen. De moorden pleegt hij op een heel ontspannen, wat toevallige manier, alsof hij er zelf nauwelijks bij betrokken is. Hij ontleent in ieder geval geen plezier of opwinding aan de moorden. Al snel geraakt hij gefascineerd door wat hij na de daad over zijn slachtoffers leert via de media. Hij heeft het idee dat zijn slachtoffers in symbolische betekenis dode mensen waren, maar dat ze na hun ontmoeting tot leven zijn gewekt. Hij probeert zelfs, net als de politie en de kranten, verbanden te ontdekken tussen de opeenvolgende moorden. Uiteindelijk gaat hij zo ver om te solliciteren bij de politie, en naar zichzelf te gaan speuren.

Kjærstad heeft met Rand een bevreemdend verhaal geschreven, waarin de conventies van het detectivegenre met de voeten worden getreden. Zo is de moordenaar het hele verhaal lang aan het woord. Vanuit dit uitgangspunt laat Kjærstad ons de opeenvolgende moorden beleven. De moordenaar gaat ook op zoek naar verbanden tussen zijn slachtoffers. Het is alsof hij daarbij een of andere leerschool doorloopt, een patroon zoekt achter de realiteit van alledag en onvermoede koppelingen tussen bekende feiten legt. "Ik heb het gevoel dat ik langzaam en met een niet onbeduidende inspanning bezig ben wederom pijnlijke gaten te dichten in mijn kennis over de rijk gevarieerde geaardheid van de mens en van onze samenleving" (blz. 254). Kjærstad laat dit ook doorspelen in het taalgebruik van de moordenaar. Deze spreekt met veel aarzelingen, alsof hij zijn best moet doen om de juiste woorden te kiezen. Vervolgens gaat Kjærstad nog een stap verder en laat de moordenaar doordringen tot de groep die zich binnen de politie met het onderzoek bezig houdt. Op dat ogenblik wordt het boek wel heel dubbelzinnig; het is niet langer mogelijk om uit te maken of de moordenaar nu werkelijk gezocht wordt of dat hij aansluiting heeft gevonden bij een fascistisch groepje binnen de politie. Het einde van dit boek is dan ook heel open, en er is geen traditionele oplossing van de moordzaken. Dit boek is dan ook eerder een gewone roman, dan een detective of een thriller. Spanning ontbreekt. Mede daardoor vallen er dode momenten in de vertelling; noch de conversaties tussen slachtoffers en moordenaar en tussen de moordenaar en de leider van het onderzoek, noch de bespiegelingen van de moordenaar kunnen blijven boeien.

Jan Kjærstad, Rand. Oorspronkelijke titel: Rand. De Geus, Breda, 1995. 300 blz.

16:23 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-01-08

En we zijn vertrokken.


voor een nieuw jaar vol boeken. Om 2008 op een prettige manier te beginnen kan je alvast een kortverhaal van Jasper Fforde lezen op de website van The Guardian. The Locked Room Mystery mystery is een parodie op de detectiveverhalen van "the golden age" en gaat over de dood van Locked Room Mystery. Probeer zelf de dader te vinden en laat je door Fforde niet van de wijs brengen.

10:54 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kortverhaal |  Facebook |

30-12-07

Rune Johansen, Insolite Nordland.

johansen_insolite nordlandRune Johansen is een Noorse fotograaf. Hij is geboren in Bodø, in het noorden van Noorwegen. In dit boekje toont hij een aantal foto's die hij gemaakt heeft in zijn geboortestreek. Het zijn portretten van familieleden, vrienden en bekenden, en van de interieurs van hun huizen. De foto's zijn genomen met een Hasselblad en dus in het bekende vierkante formaat. De mensen zien er nog redelijk normaal of gewoon uit. De enige die er uit springt is de Kiss-tweeling, twee broers die enorme fans van de gelijknamige rockgroep zijn en bovendien handwapens verzamelen. De interieurs, dat is andere koek. Die zijn zo banaal en ronduit kitscherig, dat je je afvraagt of Johansen zijn streekgenoten niet belachelijk wil maken. Of dat hij alles in scène heeft gezet. Johansen krijgt deze twee vragen dikwijls en antwoordt in het boekje twee keer ontkennend. Wel balanceert hij hier op het scherp van de snede. De foto's zijn voor mij dubbelzinnig: je zou ze enerzijds kunnen opvatten als een soort studie van de Noord-Noorse volkskultuur; anderzijds zou je ze kunnen beschouwen als een vorm van camp. De foto's vormen ook een familiekroniek: van oma in een bloemetjeskleed tot tante Sigrid op "sletsen" of neef Ove die mecanicien is en een eerste grote buitenlandse reis gemaakt heeft.

Dit is een van de gekste boekjes die ik de laatste tijd gelezen (en bekeken) heb. Blijkbaar vond de Franse uitgeverij Gaia dat ook, want ze hebben een sticker met de tekst "Ils sont fous ces Norvégiens" op het boekje gekleefd. Daarbij denk ik in de eerste plaats aan de foto's van interieurs van huizen of van schuurtjes. De foto's van mensen hebben wel iets, en ook de landschappen zijn goed in beeld gebracht. Zo is er een foto van de berg Mjeld, die Johansen gefotografeerd heeft als was het de Noorse Uhuru (Ayers Rock). Bizar. Een voorbeeld van het werk van Johansen kun je hier vinden.

Rune Johansen, Insolite Nordland. Oorspronkelijke titel: Hiv mannskjiten. Gaia Editions, z.p., 2007. 128 blz.

18:41 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: scandinavie, fotografie |  Facebook |

26-12-07

J.R.R. Tolkien, Brieven van De Kerstman.

tolkien_brievenKerstmanIeder jaar, van 1920 tot 1943, stuurde Tolkien een brief aan zijn kinderen, die zogezegd afkomstig was van de Kerstman. Tolkien schreef ze eigenhandig, illustreerde ze met tekeningen van de Noordpool, het huis van de Kerstman of de Noordpoolbeer. De omslagen kregen eigen ontworpen postzegels van de Noordpool, en kwamen toe via de schoorsteenpost of later via een bevriende postbode. De eerste briefjes zijn kort, maar vanaf 1925 worden ze langer en introduceert Tolkien de Noordpoolbeer. Deze ijsbeer is de onhandige en beetje luie helper van de Kerstman en stuurt ieder jaar de boel weer in het honderd. Zo steekt hij de ganse voorraad noorderlicht voor twee jaar in één keer aan, waardoor de maan in vieren breekt en het maanmannetje op de Noordpool valt (en er het jaar nadien geen noorderlicht is). Het grappige is dat Tolkien de commentaren van de Noordpoolbeer toevoegt aan de brieven, maar dan in een ander handschrift. De brieven vertellen over het weer aan de Noorpool, de ongelukjes van de Noordpoolbeer of de strijd tegen de kabouters, die het huis van de Kerstman willen veroveren. Gelukkig krijgt de Kerstman de hulp van legers elfen, en zo worden de kabouters - hopelijk voor tientallen jaren - verdreven. Op het einde van de reeks worden de brieven voor een deel geschreven door Ilbereth, de elfen-secretaris van de Kerstman en levert de Kerstman ook commentaar op de Tweede Wereldoorlog.

Sommigen zien in deze brieven verre voorlopers van gebeurtenissen en figuren uit de Lord of the Rings. Zo zou de aanval van de kabouters de oorlog tussen de elfen en de kabouters in Middle Earth vooraf schaduwen. Ik zou daar niet te veel aandacht aan besteden. De brieven op zich zijn leuk, de illustraties aardig en de verhaaltjes zijn natuurlijk voor kinderen geschreven. Het beste is dan ook om ze voor te lezen. Volwassenen kunnen dan weer genieten van de weergave van de originele brieven, van de rotstekeningen die de Noordpoolbeer vond, of van het alfabet van de kabouters. Zorg er wel voor dat je de recentste uitgave vindt, want die is vollediger dan de vorige.

Op de website van de New York Times kan je een slideshow van illustraties uit het boek bekijken.

J.R.R. Tolkien, Brieven van De Kerstman. Oorspronkelijke titel: Letters from Father Christmas. De Boekerij, Amsterdam, 2005. 112 blz.

17:34 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-12-07

Uchida Hyakken, Realm of the Dead.

hyakken_realmdeadWeinigen hebben al gehoord van Uchida Hyakken (echte naam Uchida Eizo, 1889-1971). In Japan wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste modernistische auteurs. Hij was een leerling van een andere bekende Japanse schrijver, Natsume Soseki. Hij schreef meer dan 15 boeken, maar Realm of the Dead is de eerste Engelse vertaling van zijn werk. Het is een bundeling van twee verzamelingen korte verhalen, Meido (1922) en Ryojun Nyujoshiku (1934), tesamen 47 verhalen.

Ik kan in dit korte bestek onmogelijk ingaan op alle verhalen, maar ik zal enkele voorbeelden geven, die karakteristiek zijn voor Hyakken.

In Fireworks loopt de anonieme verteller langs een dijk naar de haven van Ushimado. Plots duikt er een vrouw op die vraagt hem te mogen vergezellen. Terwijl de twee verder lopen wordt er verderop vuurwerk afgestoken. De vrouw dringt erop aan sneller te lopen, en niet in het donker op de dijk te lopen. De verteller volgt de vrouw naar een huis. Daar staat een standaard met een oud boek, maar de verteller wil er niet in lezen, en wil het huis verlaten. De vrouw tracht hem tegen te houden, en barst in tranen uit. "My legs froze in shock. I'd seen her before! Was it ten years ago? Perhaps twenty?". De vrouw grijpt de verteller bij de keel. Wanneer hij zich omdraait is de vrouw verdwenen, maar iets gaat door met wurgen. De woorden stokken de verteller in de keel.

In The Shadow gaat de verteller naar zijn vriend Kono, om hem om werk te vragen. De drie jaar oude zoon van Kono komt aan de deur kijken, maar loopt gillend weer weg. Kono blijkt niet thuis te zijn. Wanneer de verteller later naar het huis van Otsukawa gaat voor een lening, verneemt hij daar dat de zoon van Kono overleden is. De verteller gaat nog driemaal naar Otsukawa, maar telkens is Otsukawa niet thuis. Van Heida verneemt de verteller dat Otsukawa in het ziekenhuis ligt en er slecht aan toe is. Heida wijst hem erop dat het noodlot zijn kennissen de laatste tijd hard treft en weigert hem te helpen.

De verteller wacht in een herberg op twee vrienden, in The Tiny Double. De vrienden komen aan, er wordt gedineerd, de vrienden vertrekken en de verteller gaat slapen. Hij droomt (over kleine slakken) en wordt wakker. Dan komt de meid opnieuw bezoek aankondigen. De twee vrienden, nu zo groot als een bierfles, komen binnen en opnieuw ontspint zich dezelfde dialoog als enkele uren tevoren. Hetzelfde diner wordt opgediend, dezelfde sake gedronken. Wanneer de vrienden vertrekken, maakt zich een figuur los uit de schaduw van de kamer. Het is de kleine dubbelganger van de verteller. De verteller, die de hele scène heeft gevolgd vanuit bed, probeert zich voor te stellen wat er zal gebeuren wanneer zijn dubbelganger terugkomt. "But my other self never came back".

Het grote probleem met deze verzameling verhalen is het feit dat Hyakken eindeloos varieert op eenzelfde verhaal. Steeds is er de anonieme verteller, die ergens loopt en iemand volgt of gevolgd wordt, tot het verhaal overgaat in een soort droomachtige sequens en er een absurde situatie, een bedreiging of een dilemma ontstaat, waar geen ontkomen aan is. De verhalen hebben geen pointe of conclusie, en waar gaan ze eigenlijk over? Angst, dood, bewustzijn, nachtmerries? Of zijn deze verhalen zo ingebed in de Japanse kultuur, dat ze voor Westerse lezers niet te begrijpen zijn? Of is het de bedoeling van de schrijver dat de lezer tussen de lijnen leest, de verhalen zelf interpreteert en er betekenis aan geeft? Hyakken refereert vaak naar de Japanse folklore en mythologie; bovendien spelen deze verhalen vóór de Tweede Wereldoorlog. Daarom mis ik een inleiding of noten van de vertaalster. Je mag deze verhalen niet na elkaar lezen, want dan gaan ze snel vervelen. De verhalen zullen ook niet iedereen aanspreken. Je kan alvast eens proberen met The War Museum, dat je op deze website kan vinden.

Uchida Hyakken, Realm of the Dead. Oorspronkelijke titels: Meido en Ryojun Nyujoshiku. Dalkey Archive Press, Normal - London, 2006. 229 blz.

14:10 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: japanse literatuur |  Facebook |

20-12-07

Michel Krielaars en Hans Driessen, Ooggetuigen van de Russische geschiedenis.

Driessen-OoggetuigenvandeRussischegeschiedenisIn dit boek hebben de historicus Michel Krielaars en de slavist Hans Driessen 116 teksten over de Russchische geschiedenis verzameld. De oudste tekst dateert uit de elfde eeuw en is een oogetuige verslag van de herbegrafenis van abt Feodosi, geschreven door een anonieme monnik. De jongste tekst, uit 2006, is van de hand van Coen van Zwol, correspondent van NRC Handelsblad en gaat over de bizarre Russische gewoonte om op het feest van de doop van Christus in de Jordaan bij -30° een bad te gaan nemen in een wak in een meer of een rivier. Tussen deze twee chronologische uitersten vinden we teksten die geschreven zijn door tsaren (Peter De Grote, Catharina II of Nicolaas II), door edelen, gezanten, reizigers, schrijvers, partijleiders, of gewone mensen. De onderwerpen zijn al even divers: de beschrijving van een pogrom, de moord op enkele tsaren, een censor die gearresteerd wordt omdat de patriarch verbolgen is over een gepubliceerde tekst, de belegering van Sebastopol of Leningrad, de Peterburgse brandweer, een huiszoeking door de geheime politie of een bezoek aan de dichteres Anna Achmatova.

Dit is een mooie verzameling historische teksten. Historici noemen dit primaire bronnen: verslagen van mensen die bij de gebeurtenissen zelf aanwezig waren. De teksten bestrijken meer dan 900 jaar, maar het zal niet verbazen dat meer dan de helft van het boek de periode sinds de troonsbestijging van tsaar Nicolaas II (1894) beslaat. Alle teksten zijn voorzien van een korte inleiding, die toelaat het fragment te situeren. Aan het eind van het boek is er een overzicht van de gebruikte bronnen, vaak artikels uit wetenschappelijke tijdschriften. Teksten dus die een gewone lezer niet vaak onder ogen krijgt. Bovendien gaat het hier meestal om Russische teksten, die door de samenstellers of anderen vertaald werden. Het boek is dan ook een unieke gelegenheid om vb. het verslag van Nikita Chroesjtsjov over de doodstrijd van Stalin te lezen, of de schitterende beschrijving van de kroning van Nicolaas II ddor de Nederlandse schilder Marius Bauer. Je moet deze teksten wel met de het nodige voorbehoud lezen, want vaak probeert de oorspronkelijke schrijver de gebeurtenissen naar zijn hand te zetten. Ik had dan ook graag enige kritische bedenkingen bij deze fragmenten gezien, maar daarvoor kan je alleen terecht in de inleiding.

Op de website van de VPRO kan je luisteren naar een gesprek met Michel Krielaars en Hans Driessen, opgenomen naar aanleiding van het verschijnen het boek.

Michel Krielaars en Hans Driessen, Ooggetuigen van de Russische geschiedenis. Bert Bakker, Amsterdam, 2007. 365 blz.

15:57 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nonfictie |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende