25-07-07

George Dyson, Darwin among the Machines.

dyson_darwinIs de evolutietheorie van toepassing op de ontwikkeling van machines, en zullen ze ooit bewustzijn of intelligentie krijgen? Of hebben ze dat al? Sommige wetenschappers denken dat artificiële intelligentie plots zal ontstaan. Maar het zou ook geleidelijk en volgens de wetten van de evolutietheorie kunnen. George Dyson onderzoekt deze vraag in Darwin among the Machines. Aan de hand van de geschiedenis van de evolutietheorie, artificiële intelligentie, computerontwerp en gedistribeerde netwerken, en van de wetenschappers die aan die onderwerpen bijdragen hebben geleverd, schetst Dyson hoe machines, en dan in de eerste plaats computers, bewustzijn zouden kunnen verwerven. Vooral het Internet is een prima kandidaat om dat bewustzijn te doen ontstaan. Alle intelligentie (of bewustzijn) is collectief, aldus Dyson. Op dit ogenblik ontstaat een wereldwijde collectieve intelligentie in de vorm van het World Wibe Web. Bovendien zijn wij al afhankelijk van onze machines (eigenlijk kunnen we al lang niet meer zonder), en zijn de machines op hun beurt afhankelijk van ons. Dyson meent dat mens en machine samen verder zullen evolueren, en dat daaruit een nieuwe vorm van intelligentie zal ontstaan.

Dyson begint zijn uiteenzetting met de Engelse filosoof Thomas Hobbes en diens Artificial Animal op de eerste bladzijde van Leviathan. Daarna volgen andere bekende wetenschappers: Leibniz, Babbage, Boole, Turing, Gödel, en John von Neumann, maar ook nobele onbekenden zoals Alfred Smee, Allan Marquand, Lewis Fry Richardson, Julian Bigelow, Nils Barricelli, William Ross Ashby en Olaf Stapleton. Allemaal hebben ze bijgedragen aan dat ene idee, dat uiteindelijk uitmondde in de computer. Vooral von Neumann komt aan bod, want Dyson heeft nog met diens afgedankte apparatuur gespeeld. Maar ook speltheorie en economisch handelen worden besproken.

Dyson voert geen preciese argumenten aan voor zijn stelling, maar moet het hebben van een heleboel indirecte aanwijzingen, die allemaal in dezelfde richting wijzen. Wat Dyson in feite doet is die stellingen en wetenschappers selecteren, die zijn stelling onderbouwen. Hij kan dat doen omdat hij het voordeel heeft van wijsheid achteraf. Darwin among the Machines is dan ook een erg speculatief boek. Het is fascinerend, maar niet gemakkelijk. Bovendien is het onevenwichtig. Dyson gaat vaak te gedetailleerd in op de levensloop van de besproken wetenschappers, terwijl andere, vooral technische, delen van de uiteenzetting veel te compact worden gehouden. Bepaalde passages gingen dan ook mijn petje te boven.

George Dyson heeft nooit aan een universiteit gestudeerd, maar kreeg de wetenschap thuis ingelepeld. Hij is de zoon van de bekende wetenschappers Freeman Dyson en Verena Huber-Dyson. Ook zijn zus Esther is actief in de computerwereld. Op deze website geeft Dyson een voorstelling van zijn boek.

George Dyson, Darwin among the Machines. Penguin Books, London, 1997. 286 blz.

19:44 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.