22-08-07

R. N. Morris, De fluwelen bijl.

morris_defluwelenbijlSint Petersburg, december 1866. In het ondergesneeuwde en bevroren Petrovski-park worden twee lichamen gevonden. Dat van een dwerg, die met een bijl om het leven is gebracht, ligt in een lederen koffer. En aan een boom hangt het lichaam van een grote man, met een bebloede bijl tussen zijn broeksriem. Prokoeror Lipoetin komt al snel tot de conclusie dat het hier respectievelijk om moord en zelfmoord gaat: de grote heeft de dwerg vermoord en daarna - uit wroeging? - zelfmoord gepleegd. Ondanks protest van onderzoeksmagistraat Porfiri Petrovitsj wordt het dossier afgesloten. Want "Dit is Rusland. Hier gaat gezag boven gezond verstand". Maar Porfiri is vasthoudend en niet bang van zijn superieuren. En dus begint hij een eigen onderzoek. Daarbij duiken allerlei marginale figuren op: de uitgehongerde student Virginski, de prostitué Lilja, een vermiste acteur, maar ook de bestuurders van een uitgeverij die vertalingen van filosofische werken op de markt brengen, en een prins. Terwijl hij luitenant Salitov het vuile veldwerk laat doen, tracht Porfiri door te dringen in het hoofd van de moordenaar.

Porfiri Petrovitsj? Juist ja, de inspecteur die Raskolnikov aanhield in Schuld en boete/Misdaad en straf van Dostojevski. Je moet maar durven om je zo'n figuur toe te eigenen. R.N. Morris heeft dat met veel panache gedaan. Het resultaat is een goede thriller en tevens een historisch portret van Sint Petersburg. Wel vertoeven we niet in de paleizen van de Tsaar. Want het zijn vooral kleine lieden, mensen zonder aanzien, die aan bod komen. De verkrotte huurwoningen, de kroegen van de armoedzaaiers, de bordelen, de lommerd, louche hotelletjes, dat soort "architectuur" komt vooral aan bod. Verder schetst de auteur een goed beeld van het gerechtelijk apparaat uit die tijd. Er zijn net nieuwe wetten uitgevaardigd die het gerecht moeten moderniseren, maar de vroegere praktijken en denkbeelden blijken moeilijk uit te roeien. En verder vinden we in het gerechtelijk bestel herkenbare menselijke ondeugden: jaloezie, tegenwerking, kuiperijen, valse onderdanigheid, minachting, vooroordeel. Porfiri is geen Sherlock Holmes; alhoewel hij een plaatselijke dokter onder de arm neemt om de lijken te onderzoeken, is zijn onderzoeksmethode er vooral op gericht te denken zoals de dader. Ook dat sluit mooi aan bij Dostojevski. Porfiri heeft een open geest: hij kijkt verder dan de gebruikelijke verdachten en aarzelt niet om ook mensen uit de hogere klassen aan de tand te voelen. Morris heeft Porofiri bedacht met een cholerieke sidekick in de persoon van luitenant Salitov (nog een figuur die "geleend" werd van Dostojevski). De "samenwerking" tussen die twee slaat voortdurend gensters. Morris combineert dus een aantal stereotiepen uit de detective-literatuur met een historisch portret van een stad en een tijd, en een onderzoek naar de motieven van een moordenaar. Het geheel mag geslaagd genoemd worden, vooral als je bedenkt dat Een fluwelen bijl pas het tweede boek van Morris is, en het eerste in het detective-genre. In interviews heeft Morris overigens aangekondigd dat er nog meer boeken met Porfiri Petrovitsj in de hoofdrol op stapel staan. Tot slot, ook zonder enige kennis van Dostojevski is dit boek best te genieten.

R.N. Morris, De fluwelen bijl. Oorspronkelijke titel:A Gentle Axe. De Bezige Bij, Amsterdam, 2007. 350 blz.

20:56 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.