12-09-07

Alberto Manguel, Dagboek van een lezer.

manguel_dagboekVan juni 2002 tot en met mei 2003 herlas de Argentijns-Canadese schrijver Alberto Manguel iedere maand één van zijn lievelingsboeken. Zijn bedoeling was een kruising tussen een persoonlijk dagboek en een gewoon boek te schrijven: "een werk met aantekeningen, bespiegelingen, reisimpressies, beschrijvingen van vrienden en van algemene en persoonlijke gebeurtenissen, allemaal uitgelokt door wat ik las". De boeken die Manguel herlas waren niet van de minste: Goethe (Natuurlijke verwantschap, Chateaubriand (Mémoires van over het graf), Cervantes (Don Quichot), Sei Shonagon (Het hoofdkussenboek) en Machado de Assis (Postume herinneringen van Bras Cubas). En verder werk van Rudyard Kipling, H.G. Wells, Conan Doyle, Kenneth Grahame (De wind in de wilgen), Dino Buzzati, Margaret Atwood en Adolfo Bioy Casares. Alleen van die laatste had ik nog niet gehoord; het blijkt een Argentijnse schrijver te zijn, een vriend van Borges, die in 1972 in het Nederlands is vertaald. Maar van de andere boeken had ik al gehoord en sommige had ik al gelezen. Dus begon ik vol verwachting aan het Dagboek van een lezer.

Het werd een teleurstelling. Helaas heeft Manguel zich aan zijn opzet gehouden en zijn aantekeningen, bespiegelingen, enz. opgeschreven voor, tussen en na de paragrafen gewijd aan de te bespreken boeken. En dat geeft een onevenwichtig en vooral oninteressant resultaat. Laten we een voorbeeld nemen: Mémoires van over het graf van François-René de Chateaubriand, waar Manguel 20 bladzijden aan spendeert. Het hoofdstuk begint op zaterdag met een anecdote ("C. vergezelt onze buurvrouw, Mme. H., naar de begraafplaats van ons dorp ..."), dan noteert Manguel wat hem is bijgebleven van zijn eerdere lectuur van de Mémoires, vervolgens deelt hij ons mede dat hij altijd in zijn boeken schrijft. Volgt een paragraafje over het ontstaan van de Mémoires en ééntje over de opzet van het boek. De volgende vier zinnen gaan over wat ene Douglas LePan aan Manguel schreef in het najaar van 1995. En zaterdag wordt besloten met volgende zinsnede: "Ik lees Chateaubriand als een leeftijdgenoot". Ik denk niet dat het nodig is de dertien andere dagen, die Manguel aan het boek besteed, nog verder te detailleren (we vernemen o.a. dat de Amerikaanse regering bekend maakt dat er een 'Ministerie van Desinformatie' bestaat en dat de kerkklokken in het Franse dorpje waar Manguel woont nu om acht uur beginnen te luiden, "te laat om nog enig nut te hebben als wekker").

Het boek is helemaal samengesteld uit van die losse stukjes. Het resultaat is zo heterogeen dat het niet aanzet om de besproken boeken zelf te gaan lezen. Het geheel lijkt op een slechte blog, waarbij de schrijver alle aanleidingen aangrijpt om van zijn onderwerp af te wijken, en ingaat op alle gedachten die de boeken oproepen. Maar als lezer heb je nauwelijks iets aan die zijsprongetjes. Dit is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste gedachte of emotie, dit is louter voor zichzelf schrijven. Er worden tegenwoordig toch al veel te veel boeken uitgegeven; Dagboek van een lezer is er daar één van. Ik vind het bijzonder spijtig dat ik zoiets moet zeggen over een collega-lezer.

Alberto Manguel, Dagboek van een lezer. Oorspronkelijke titel: A Reading Diary. Ambo, Amsterdam, 2004. 232 blz. In de ramsj bij De Slegte.

21:42 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.