19-11-07

Hendrik van Veldeke, Die minne maket reinen moet.

veldeke_die minneHendrik van Veldeke wordt vaak beschouwd als "onze" eerste dichter die we bij naam kennen. Maar wie zijn die "ons"? Zowel de Nederlanders, de Duitsers als de Vlamingen beschouwen Veldeke als "van ons". Feit is dat Veldeke in het Maasland woonde, dat in de twaalfde eeuw bij het Duitse Rijk hoorde. Veldeke verbleef aan het hof van de Duitse keizers en werkte ondermeer voor de gravin van Metz. Zijn taal doet nogal Duits aan, maar zou ook voor Limburgs kunnen doorgaan; de samensteller van deze bundel noemt het Maaslands. Iedereen, van de Noordzee tot de Oder, kan zijn werk verstaan en claimt hem bijgevolg. Maar vermits Veldeke in de buurt van Hasselt werd geboren, hebben de Limburgers de beste papieren.

In dit boekje uit de reeks Poëtisch erfdeel der Nederlanden zijn uittreksels uit drie werken van Veldeke opgenomen. Vooreerst is er een selectie uit de Legende van Sint Servaas, volgens Drs. J. Notermans waarschijnlijk geschreven in 1165. Het is een typisch Middeleeuws heiligenleven, met stereotiepe ingrediënten; 6000 verzen over het leven, de dood en de wonderen van de heilige Servaas. Veldeke ging daarbij erg vrij te werk, en betrok zelfs de Hunnen bij het verhaal.

Die Hunnen voeren door die lant

bit heerkracht also beraden

dat sie groten schade daden.

De tweede tekst is een vertaling in het Middelhoogduits van een Normandische bewerking van de Aeneas van Vergilius, de Eneide, tien jaar later geschreven aan het hof van Kleef. Ook hier is Veldeke (en de Normandische dichter voor hem) vrijelijk te werk gegaan. Het epos is gechristianiseerd en met een saus van "courtoisie" overgoten. Ik vond dit stuk het best leesbaar, waarschijnlijk omdat het onderwerp nog altijd kan aanspreken. De bloemlezer heeft o.a. een stukje over Dido en het gevecht met koning Turnus gekozen. In dat laatste stuk ontmoeten we een Eneas van vlees en bloed. Nadat hij Turnus verslagen heeft, is Eneas aanvankelijk van plan zijn rivaal te sparen. Tot Turnus hem de hand wil reiken en Eneas ziet dat Turnus de ring van zijn gedode vriend Pallas draagt. Gevolg:

Dat houvet hee heme ave sloech

In het derde deel zijn een aantal minneliederen opgenomen. Thema is hier de hoofse liefde, naast enkele natuurgedichten. Over het algemeen vond ik de poëzie van Veldeke goed te begrijpen, weliswaar met behulp van de noten van de samensteller. Op enkele punten bleef de tekst wel duister. Aandachtig lezen is dus de boodschap. Maar verder geeft het wel een eigenaardig gevoel een "Nederlandse" tekst te lezen die meer dan 800 jaar oud is.

De Sint Servaes legende is gepubliceerd op de website van de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, waar je de tekst kan lezen met verklarende noten. Toevalligerwijze loopt momenteel een heus project rond Veldeke als Europees kunstenaar, Viva Veldeke.

Hendrik van Veldeke, Die minne maket reinen moet. Heideland, Hasselt, 1968. 79 blz.

20:45 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: poezie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.