13-12-07

Ngaio Marsh, De inspecteur was getuige.

marsh_inspecteurgetuigeHet is meer dan dertien jaar geleden dat ik nog een boek van Ngaio Marsh gelezen heb. Marsh wordt, samen met Agatha Christie, Margery Allingham en Dorothy Sayers, tot de gouden tijd van het detectiveverhaal gerekend. Tussen 1934 en 1982 schreef ze 32 detectiveromans. De hernieuwde kennismaking met deze schrijfster is echter geen gelukkig weerzien geworden.

De excentrieke Lord Pastern and Bagott heeft een nieuwe passie: jazz. Hij heeft zich verbonden aan de band van dirigent Breezy Bellair en repeteert voor zijn eerste optreden als drummer in de Metronoom, een chique club. Zijn Franse vrouw Cécile vreest een zoveelste schandaal en ziet de koppen in de kranten al. En dan is er de Zuid-Amerikaanse accordeonist Carlos Rivera, die zich heeft opgedrongen aan de stiefdochter van his Lordship. De man is een proleet van het ergste soort. En dat terwijl Lady Cécile haar dochter zou willen koppelen aan Edward Manx, een familielid van Lord Pastern. Het optreden loopt echter helemaal anders dan verwacht en de stunt van Lord Pastern eindigt in de dood van Rivera. Gelukkig is hoofdinspecteur Roderick Alleyn toevallig ter plaatse. Samen met zijn collega Fox begint Alleyn aan de zoektocht naar de moordenaar.

Al snel na het begin van dit boek vroeg ik me af of ik toevallig in een verhaal van P.G. Wodehouse was beland. De personages en de sfeer deden heel veel denken aan Bertie Wooster. Alleen Jeeves ontbrak. De excentrieke lord Paston en zijn familie komen heel ongeloofwaardig over. Het zijn haast karikaturen. Best mogelijk dat dergelijke mensen bestonden voor de Tweede Wereldoorlog, maar dit boek verscheen in 1949. Blijkbaar kon Marsh geen afscheid nemen van het interbellum. Zoals altijd bij Marsh, moet je ook hier als lezer goed opletten. Marsh maakt het de lezer nooit gemakkelijk. De intrige zit in elkaar zoals de strak opgewonden veer van een klok. Nadat de moord is gepleegd, gaat Marsh tewerk zoals Christie: alle personages passeren de revue, en worden even verdacht gemaakt, en vervolgens weer afgevoerd. De moordenaar is dan de man of de vrouw, die je het minste verdenkt. In die zin is dit verhaal een klassieker. Ik kijk er alleszins met gemengde gevoelens op terug. Een goede intrige alleen is onvoldoende om een boek overeind te houden. Verder krijgt Alleyn het bewijs tegen de moordenaar op een nogal lullige manier in handen (hij luistert heimelijk aan een deur). Bovendien ergerde ik me aan de licht snobistische trekjes van Marsh: jazzmuziek kan haar goedkeuring niet wegdragen, en communistische muzikanten kunnen ook al niet door de beugel. Het klassesysteem wordt niet openlijk in vraag gesteld en hoofdinspecteur Alleyn doet bij tijd en wijle nogal neerbuigend tegenover inspecteur Fox. Die laatste is namelijk maar een proletariër, en niet de jongste zoon van een of andere edelman. Terwijl Sherlock Holmes moeiteloos de tand des tijds doorstaat, denk ik dat dat niet het geval zal zijn met Roderick Alleyn.

Nog deze kanttekening. Net als Allingham en Sayers ontbreekt Marsh op www. crimezone.nl. Alleen Christie komt er aan bod. Dat in tegenstelling met het Duitse www.krimi-couch.de, waar de vier schrijfsters wel besproken worden.

Ngaio Marsh, De inspecteur was getuige. Oorspronkelijke titel: Swing Brother Swing. Prisma, Utrecht/Antwerpen, 1964. 256 blz.

20:50 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.