20-01-08

Alessandro Barbero, 9 augustus 378. De dag van de barbaren.

barbero_9augustus378In de tweede helft van vierde eeuw strekte het Romeinse rijk zich uit van Brittannië tot Syrië en een deel van Arabië, en omvatte alle gebieden rond de Middellandse zee. Het rijk was te groot geworden om door één man bestuurd te worden, en er was nu een keizer van het Westen (Valentinianus) en één van het Oosten (Valens). Het rijk was allerminst in verval en was een magneet voor "barbaren", dit wil zeggen volkeren die over de grens, gevormd door de Rijn en de Donau, woonden. Omwille van de gigantische behoefte aan mankracht, zowel in de landbouw als in de grensbewaking, namen de Romeinen deze "barbaren" maar al te graag op. In feite waren deze volkeren, die worden aangeduid als Goten, half geromaniseerd door hun contacten met de Romeinse wereld. De leiders van de Goten sloten overeenkomsten met de Romeinen, leverden mannen en ontvingen in ruil geschenken, pensioenen en onderhoud voor hun mensen. In 376 deed zich een crisis voor: de Hunnen begonnen op te rukken vanuit de Aziatische steppen en zetten de Goten in de Donauvlakte onder druk. Die trachtten zich massaal in veiligheid te brengen aan de Romeinse kant van de grens. Aanvankelijk werd hen toegezegd dat ze zouden mogen blijven, maar door incompetentie en corruptie braken er relletjes los, die ertoe leiden dat de Goten twee jaar lang al plunderend door Thracië zwierven. Tot keizer Valens de nodige troepen verzameld had en het op 9 augustus 378 in de buurt van Adrianopel (het huidige Edirne in Turkije, tegen de Bulgaarse grens) tot een beslissende slag kwam.

Ik denk dat slechts weinig mensen de slag bij Adrianopel kennen. Zoals Alessandro Barbero schrijft is het een vergeten gebeurtenis. Volgens de auteur is het nochtans een belangrijke slag. Niet alleen omdat de Romeinen de slag verloren of omdat keizer Valens omkwam, maar omdat het het begin van het einde van het Romeinse rijk betekende. Formeel zal het Romeinse rijk ophouden te bestaan bij de afzetting van de laatste keizer, Romulus Augustulus, bijna een eeuw later in 476. Maar met de slag van Adrianopel begon een proces waarbij het voor de Romeinen steeds moeilijker werd om de "barbaren" in het gareel te houden en "te blijven geloven dat ze de enige supermacht ter wereld" waren. De keizers van het Oosten leerden uit de nederlaag en schoven de Goten steeds verder door naar het westen. Daardoor bleef na de ondergang van het Romeinse rijk wel een staat in het oosten bestaan: Byzantium.

Na een inleiding over de toestand van het Romeinse rijk in de vierde eeuw en over de Goten, beschrijft Barbero de aanloop tot de slag van Adrianopel, het gevecht en de gevolgen van de nederlaag van de Romeinen. Dit op basis van antieke teksten, en dan vooral het werk van Ammianus Marcellinus, een beroepsofficier van Griekse afkomst. Barbero legt ook de link naar onze eigen tijd, door een verhaal te schrijven over immigranten, onverdraagzaamheid, identiteit en integratie. De auteur laat verstaan dat de ondergang wellicht vermeden had kunnen worden door de Goten beter te behandelen. Geschiedschrijving werd in de oudheid als een onderdeel van de literatuur beschouwd en Barbero is dit niet vergeten. Dit is een boekje dat goed geschreven en dus vlot leesbaar is. Alleen spijtig dat de Nederlandse uitgave schoonheidsfoutjes heeft, voornamelijk slordigheden zoals spellingsfouten. Voor het overige warm aanbevolen.

Alessandro Barbero, 9 augustus 378. De dag van de barbaren. Oorspronkelijke titel: 9 agosto 378. Il giorno dei barbari. Globe (voor Nederland Mets & Schilt), Brussel, 2006. 174 blz.

11:52 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geschiedenis, nonfictie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.