20-02-08

Albert Camus, De mens in opstand.

camus_mensinopstandDe mens in opstand is een poging van Camus om zijn tijd te begrijpen, "een tijdperk dat in vijftig jaar tijd zeventig miljoen mensen van hun wortels rukt, onderwerpt of doodt". "Het gaat om de vraag of de onschuld, vanaf het moment dat deze handelend optreedt, per se moet doden." Deze opstand "komt voort uit de aanblik van het onredelijke, de confrontatie met een onrechtvaardige, onbegrijpelijke toestand". Om een antwoord op die vragen te kunnen formuleren, bestudeert Camus eerst de metafysische opstand (de opstand tegen God), en vervolgens de historische opstand (de opstand tegen het gezag van de Staat). Daarbij vertrekt hij meestal van de Franse revolutie, en bestudeert dan latere schrijvers en filosofen. Vooral Hegel is prominent aanwezig, en Marx. Op die manier toont Camus waar het mis is gelopen: de opstand is een doel op zich geworden, de revolutie is uitgemond in een politiestaat met concentratiekampen, waar mensen worden gedood met als argument het hogere belang van de revolutie. Vervolgens bespreekt Camus de positie van de kunstenaar tegenover de opstand. Hij besluit dat de opstand, die de enige manier is om althans tijdelijk het absurde te overstijgen, alleen verantwoord is als daarbij een maat, een ethiek in acht wordt genomen. "We weten nu, aan het einde van dit lange onderzoek naar de opstand en het nihilisme, dat revolutie zonder andere grenzen dan historische doeltreffendheid neerkomt op onbegrensde onderdrukking."

De mens in opstand verscheen in 1951, in volle koude oorlog. Met dit boek nam Camus afstand van de communisten en marxisten. Dat viel niet in goede aarde bij de Franse linkerzijde. Eén van Sartre's volgelingen, Francis Jeanson, kreeg de opdracht het boek te bespreken. Jeanson verweet Camus geen rekening te willen houden met de "dwingende noodzaak van de geschiedenis" (met andere woorden de noodzaak van een efficiënte strijd). Wat aantoont dat Jeanson er niets van begrepen had of er niets van heeft willen begrijpen. De polemiek escaleerde verder in het antwoord van Camus en leidde tot de definitieve breuk tussen Camus en Sartre. Overigens zou Sartre zelf de communistische partij verlaten na de Sovjet inval in Hongarije in 1956.

Dit is geen gemakkelijk boek. Om het volledig te begrijpen moet je al een ferme bagage filosofie hebben. De grote lijnen zijn wel te volgen, maar van sommige stukken, en vooral die over Hegel, heb ik niets begrepen, omdat Camus Hegel als "gezien" beschouwd. Dit is een moedig boek, omdat Camus als eerste linkse intellectueel de luciditeit had om de misdaden van het Leninisme-Stalinisme te onderzoeken, te verklaren en te veroordelen. Dit is ook een actueel boek, omdat Camus zich ook tegen het terrorisme keert. Dit is een humanistisch boek, omdat Camus tot de conclusie komt dat het doel de middelen niet heiligt. Het is een opmerkelijke terugkeer naar de matigheid van het antieke Griekse denken, dat de auteur afzet tegen het "noordelijke" denken. Dit is een complex boek, waar Camus vijf jaar aan gewerkt heeft en waar hij alles in gestoken heeft dat hem aan het hart lag. Het mag dan misschien geen filosofisch boek zijn in de gebruikelijke betekenis, het is zeker een politiek boek dat vanuit een filosofisch standpunt geschreven is en nog niets van zijn betekenis verloren heeft.

Albert Camus, De mens in opstand. Oorspronkelijke titel: L'homme révolté. de Prom, Amsterdam/Antwerpen, 2004. 320 blz.

22:02 Gepost door Marko Ramius in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: filosofie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.